Archief

Berichten getagged ‘Bijbelstudie’

Christus is Jehovah

Het is zeer de moeite waard om een Bijbelstudie te maken over de namen van de Heere Jezus Christus. Er zijn er meer dan 200, en één van de belangrijkste en die de meeste geschillen geeft is de naam JEHOVAH. Degenen die Christus toebehoren hebben geen probleem om deze naam van God te begrijpen maar er zijn miljoenen mensen in deze wereld die de betekenis van deze naam niet zien of begrijpen. Ik verwijs hier speciaal naar de z.g. Jehovah getuigen.

Toen ik een wekelijkse Bijbelstudie voorbereidde over dit onderwerp bedacht ik me dat het interessant zou zijn om de Nieuwe Wereld Vertaling van de Bijbel te onderzoeken om te zien hoe deze vertaling dit onderwerp behandelt.

Ik was verbaasd om te ontdekken dat deze vertaling, gemaakt door de z.g.  Jehovah Getuigen studenten, leert dat de Heere Jezus Christus inderdaad de Jehovah van het Oude Testament is.

Ik heb hier geen volledige studie van gemaakt, maar ik heb een aantal vergelijkingen gevonden met betrekking tot verzen uit het Oude en Nieuwe Testament. Daar gaat dit boekje over.

Alle aanhalingen uit de Bijbel komen uit de Nieuwe Wereld Vertaling van de Bijbel, herziene uitgave 1984. De Schriften zijn verdeelt in verschillende onderwerpen. Ik heb woorden benadrukt door hoofdletters en onderstrepingen.

1. ALMACHTIGE – Genesis 17:1 en Openbaring 1:8

Genesis 17:1

, "Toen Abram nu negenenegentig jaar oud was, verscheen JEHOVAH aan Abram en zei tot hem: "Ik ben God de ALMACHTIGE. Wandel voor mijn aangezicht en betoon u onberispelijk"

Openbaring 1:8

, "’Ik ben de Alfa en de Omega’ zegt JEHOVAH God,’Hij die is en die was en die komt, de ALMACHTIGE’".

Volgens Openbaring 22:13 en 16 behoort de titel de ‘Alfa en Omega’toe aan de Heere Jezus Christus. Om Hem gaat het in

Openbaring 1, en in vers 8 wordt Hij de ‘Almachtige’ genoemd. De Nieuwe Wereld Vertaling vertaalt het Griekse woord KURIOS- Heere, door het woord ‘Jehovah’. Dit is vele malen gedaan in hun versie van het Nieuwe Testament. Door dit te doen, versterken zij het argument dat Christus Jehovah is. Jehovah is de ALMACHTIGE in het Oude Testament, en Christus is de ALMACHTIGE in het Nieuwe Testament. Zie ook Openbaring 4:8.

2. HEERE DER HEREN – Deuteronomium 10:17 en Openbaring 17:14

Deuteronomium 10:17

"Want JEHOVAH, uw God, is de God der goden en de HEERE DER HEREN, de grote, sterke en vreesin- boezemende God, die niemand partijdig bejegent noch steekpenningen aanneemt,".

Openbaring 17:14

Dezen zullen strijden tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen, omdat hij HEER DER HEREN en Koning der koningen is. Ook de geroepenen en uitverkorenen en getrouwen met hem (zullen dit doen)". Christus wordt ‘het Lam’ genoemd in Openb. 5:12, en het Lam wordt HEER DER HEREN genoemd, net als Jehovah in het OudeTestament.

3. TE ALLEN TIJDE VOOR MIJ – Psalm 16:8 en Handelingen 2:25

Psalm 16:8

"Ik heb mij JEHOVAH voortdurend voor ogen gesteld. Omdat (hij) aan mijn rechterhand is, zal ik niet aan het wankelen worden gebracht.

Handelingen 2:25

"En David zegt namelijk met betrekking tot hem: ‘Ik had JEHOVAH voortdurend voor mijn ogen, want hij is aan mijn rechthand, opdat ik nimmer zou wankelen".

Petrus preekte op de Pinksterdag, en het onderwerp van zijn preek was Jezus de Nazarener (vers 22). ‘hij’ uit vers 25 is dezelfde ‘hij’ uit vers 24 – de opgestane Christus. Petrus was vervult met de Heilige Geest (vers 4), en kon geen vergissing maken door Psalm 16:8 aan te halen en deze tekst toe te passen op de Heere Jezus Christus.

4. REDDER – Jesaja 43:3,11; 45:21 en Titus 1:3,4 en Lukas 2:11

Jesaja 43:3

"Want ik ben JEHOVAH, uw God, de Heilige Israëls, uw REDDER…"

Jesaja 43:11

,"Ik – ik ben JEHOVAH, en buiten mij is er geen REDDER".

Jesaja 45:21

"…Ben ik het niet, JEHOVAH, buiten wie er geen andere God is; een rechtvaardige God en een REDDER, terwijl er geen is behalve ik?"

Lukas 2:11

" want heden is u in Davids stad een REDDER geboren, die CHRISTUS (de) Heer is".

Titus 1:3,4

" terwijl hij op zijn eigen bestemde tijden zijn woord openbaar gemaakt heeft in de prediking, die mij werd toevertrouwd, naar het bevel van onze REDDER, God; aan Titus, een echt kind overeenkomstig een geloof waarin wij gemeenschappelijk delen: Moge er onverdiende goedheid en vrede zijn van God, (de) Vader, en CHRISTUS JEZUS, ONZE REDDER.

Jesaja 43 is het belangrijkste hoofdstuk in de Jehovah Getuigen theologie. Als Jehovah de enige Redder is en het Nieuwe Testament duidelijk bevestigt dat Christus de Redder is, dan is de enige conclusie die wij kunnen trekken dat Christus Jehovah is. Zo simpel is dat. Of…er moeten twee Redders zijn.

5. HEILIG,HEILIG,HEILIG – Jesaja 6:3 en Openbaring 4:8

Jesaja 6:3

"En de één riep de ander toe en zei ‘Heilig, heilig, heilig is JEHOVAH der legerscharen’. De volheid van heel de aarde is zijn heerlijkheid".

Openbaring 4:8

"En wat de vier levende schepselen betreft, elk van hen heeft respectievelijk zes vleugels; rondom en van onderen zijn ze vol ogen. En ze hebben dag noch nacht rust, terwijl ze zeggen: ‘Heilig, heilig, heilig is JEHOVAH God, de Almachtige, die was en die is en die komt’".

De Statenvertaling vertaalt met ‘Heere’ in Openbaring 4:8 in plaats van ‘Jehovah’. De uitdrukking ‘Die was, en Die is, en Die komen zal’ verwijst altijd eerder naar de Zoon dan naar de Vader, zodat Christus hier in beeld is in plaats van de Vader.

De Nieuwe Wereldvertaling noemt Christus hier ‘Jehovah’.

6. KONING – Zacharia 14:9, Psalm 29:10, Jeremia 23:5,6

en Johannes 19:19 en Openbaring 19:16

Jeremia 23:5,6

,"Zie! er komen dagen" is de uitspraak van JEHOVAH, "en ik zal David stellig een rechtvaardige spruit verwekken. En een KONING zal stellig regeren en met door- zicht handelen en gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land oefenen. In zijn dagen zal Judea gered worden, en Is- raël zelf zal in zekerheid verblijf houden. En dit is zijn naam waarmee hij genoemd zal worden: JEHOVAH IS ONZE RECHT- VAARDIGHEID."

Zacharia 14:9

, "En JEHOVAH moet KONING worden over de gehe- le aarde. Op die dag zal Jehovah één blijken te zijn, en zijn naam één".

Psalm 29:10

, "Op de geweldige vloed heeft Jehovah plaats genomen; En JEHOVAH zetelt als KONING tot onbepaalde tijd".

Johannes 19:19

, "Pilatus schreef ook een titel en bracht die op de martelpaal aan. Er stond geschreven: ‘Jezus de Nazarener, de KONING der Joden’".

Openbaring 19:16

, "En op zijn bovenkleed, ja, op zijn dij, draagt hij een naam geschreven: KONING der koningen en Heer der heren."

Deze verzen zijn duidelijk. Jehovah en Christus worden beiden ‘Koning’ genoemd. En Jeremia zegt dat de naam van deze Goddelijke Koning JEHOVAH ONZE GERECHTIGHEID is. Dit was een geweldige openbaring gegeven aan de profeet Jeremia.

Vergelijk Zacharia 9:9 met Johannes 12:15.

Openbaring 19:16 is een vers waarin de Nieuwe Wereld Vertaling tegenstrijdig is. Gewoonlijk vertalen zij het Griekse woord KURIOS (Heere) door ‘Jehovah’. Maar in dit vers doen ze dat niet omdat dit de rare vertaling geeft van- Jehovah der jehovah’s. Degene die terugkomt overeenkomstig Openbaring 19:16, is niet de Vader maar de Zoon van God, de Heere Jezus Christus.

7. GEVANGENEN GEVANGEN – Psalm 68:17,18 en Efeze 4:7,8

Psalm 68:17,18

, "De strijdwagens van God zijn tienduizen- den, duizenden en nog eens duizenden. JEHOVAH zelf is van de Sinaï gekomen in de heilige plaats. Gij zijt naar boven opgestegen; Gij hebt GEVANGENEN MEEGEVOERD; Gij hebt gaven in de vorm van mensen genomen, Ja, zelfs de halsstarrigen, om (onder hen) te verblijven, o Jah God".

Efeze 4:7,8

, "Aan een ieder van ons nu werd overdiende goedheid gegeven naar de wijze waarop de Christus de vrije gave heeft toegemeten. Daarom zegt hij: "Toen hij naar bo- ven opsteeg, heeft hij GEVANGENEN MEEGEVOERD; hij heeft gaven (in) mensen gegeven".

De apostel Paulus haalt een tekst aan uit Psalm 68, en past deze toe op de Heere Jezus Christus. Hij is Degene Die opgevaren is in de hoogte (Handelingen 1:9-11). Maar Psalm 68 getuigt dit van Jehovah. Zijn Christus en Jehovah samen opgevaren volgens Handelingen 1:9-11?

8. DE WOESTE ZEE – Psalm 89:8,9 en Markus 4:37-39

Psalm 89:8,9

, "O JEHOVAH, God der legerscharen, Wie is vol kracht als gij, o Jah? En uw getrouwheid is rondom u. Gij heerst over het zwellen van de zee; Wanneer haar golven zich verheffen, STILT GIJ ZE".

Markus 4:37-39

, "Nu stak er een zeer zware storm op en de golven sloegen voortdurend de boot in, zodat de boot bijna vol water liep. Maar hij lag aan de achtersteven op een kussen te slapen. Zij dan maakten hem wakker en zeiden tot hem: ‘Leraar, bekommert gij u er niet om dat wij haast ver- gaan?’ Toen stond hij op en bestrafte de wind en zei tot de zee: ‘Zwijg! Weest stil!’ En de wind ging liggen en er ont- stond een GROTE KALMTE".

Het stond vast dat Jehovah macht had over de zee. De Heere Jezus Christus heeft ook macht over de zee, dus kunnen wij zeggen dat Christus gelijk is aan Jehovah; dat Hij dezelfde

kracht bezit om de zee te beheersen als Jehovah God, iets wat de engelen niet hebben.

9A. DE GRONDLEGGING VAN DE WERELD – Psalm 102:25-27 en Hebreën 1:10-12

Psalm 102:25-27

, "Lang geleden hebt GIJ DE GRONDVESTEN GELEGD VAN DE AARDE, En de hemelen zijn het werk van uw handen. Die zullen vergaan, maar gij zult standhouden; En net als een kleed zullen ze alle verslijten. Net als kle- ding zult gij ze verwisselen, en ze zullen op hun beurt eindigen. Maar gij zijt dezelfde, en uw jaren zullen niet voltooid worden.

Hebreën 1:10-12

, "En: ‘GIJ, o Heer, hebt in (het) begin de GRONDVESTEN GELEGD VAN DE AARDE, en de hemelen zijn (de) werken van uw handen. Die zullen vergaan, maar gij zult voortdurend blijven; en net als een bovenkleed zullen ze alle verouderen, en gij zult ze samenrollen net als een mantel, als een bovenkleed; en ze zullen veranderd worden, maar gij zijt dezelfde, en uw jaren zullen nimmer een einde nemen’".

Psalm 102 vermeld 8 maal ‘Jehovah’. Het is een gebed tot Jehovah God. Hebreën 1 gaat in het geheel over de Heere Jezus

Christus. Hij is zoveel meer dan de engelen, een bewijs hiervan is dat Hij schiep, dat Hij de aarde heeft gegrondvest, hetzelfde als Jehovah. Dus de conclusie is duidelijk. (stenen), of is Christus ‘Jehovah’?

11. DE DOORSTOKENE – Zacharia 12:10 en Johannes 19:37

Zacharia 12:10

, "En ik wil over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem de geest van gunst en smekingen uitstorten, en zij zullen stellig opzien naar DEGENE DIE ZIJ HEBBEN DOORSTOKEN, en zij zullen stellig over Hem weeklagen zoals bij het geweeklaag over een enige (zoon); en er zal een bittere jammerklacht over hem zijn zoals wan- neer er een jammerklacht is over de eerstgeboren (zoon)".

Johannes 19:37

, "En wederom zegt een andere schrift- plaats: ‘Zij zullen opzien naar DEGENE DIE ZIJ HEBBEN DOORSTOKEN’".

De naam ‘Jehovah’ wordt niet gebruikt in Zacharia 12:10, maar het woord ‘Degene’ is gelijkwaardig aan ‘Jehovah’ omdat in Jesaja 8:13, verwezen wordt naar Jehovah als ‘Die’. Als voornaamwoorden hoofdletters hebben, betekent dat Godheid.

Wie is Degene Die doorstoken was? Het is de Heere Jezus Christus die met een speer doorstoken is (Johannes 19:34), en de Nieuwe Wereld Vertaling heeft ‘Degene’ met hoofdletter als ze verwijzen naar Christus. Als de Heere Jezus Christus alleen maar een menselijk wezen was zoals u en ik, dan zou de hoofdletter voor ‘Degene’ niet op zijn plaats zijn, en beschouwd worden als zeer arme theologie.

Dus de conclusie is onmiskenbaar – Christus is Jehovah.

12. DE WEG VAN JEHOVAH – Jesaja 40:3 en Matthes 3:3

Jesaja 40:3

, "Luistert! In de wildernis roept iemand:

‘Baant DE WEG VAN JEHOVAH! Maakt de hoofdweg voor onze GOD door de woestijnvlakte recht’".

Mattheus 3:3

, "Deze is het in feite over wie door bemiddeling van de profeet Jesaja met de volgende woorden werd gesproken: ‘Luistert! In de wildernis roept iemand: Be- reid DE WEG VAN JEHOVAH! Maakt zijn paden recht’".

Jesaja 40:3 wordt ook genoemd in Markus 1:3 en in

Lukas 3:4-6. Jesaja’s vers was een profetie, en werd vervuld door Johannes de Doper. Het was de bediening van Johannes de Doper om de weg te bereiden voor Christus. Dit deed hij, Hem dopende en Hem uitroepende als het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29). Christus was het onderwerp van zijn prediking, maar de Schriften leren ons dat de wegbereiding voor Jehovah hetzelfde is als de wegbereiding voor Christus.

Het is interessant dat de Nieuwe Wereld Vertaling ‘Jehovah’ gebruikt voor het Griekse woord ‘KURIOS’ – Heere.

13. TWEE JEHOVAH’S IN ÉÉN VERS – Genesis 19:24

Genesis 19:24

, "Toen liet JEHOVAH zwavel en vuur van JEHOVAH, uit de hemel, op Sodam en Gomorra regenen".

Genesis 19 is een erg interessant hoofdstuk in het Oude Testament. Het is het verhaal van Lot en de steden Sodom en Gomorra. Het begint met de vermelding van twee engelen in vers 1.

In vers 10,12, en 16, worden deze engelen ‘mannen’ genoemd.

Dan staat er in vers 18 in de Nieuwe Wereld Vertaling het volgende: Toen zeide Lot tot hen: "Dat niet, alstublieft JEHOVAH!". Dit is echt verbazingwekkend omdat het woord ‘Heere’ in dit vers (volgens de Statenvertaling) niet met hoofdletters staat geschreven – HEERE, wat staat voor ‘Jehovah’, maar in kleine letters – Heere. Deze vertaling zegt dus dat Lot één van de engelen (‘hen’) aanspreekt met de naam JEHOVAH.

Je noemt een engel geen ‘Jehovah’ tenzij dit een verschijning van Christus is in een vorm voordat Hij echt op aarde kwam.

En dit wordt bewezen in vers 24 door het dubbele gebruik van

‘Jehovah’. Wat vers 24 ons leert is dat de eerste Jehovah op aarde is in Sodom (dezelfde Jehovah uit vers 18), en deze Jehovah riep vuur en zwavel neer van Jehovah God in de hemel.

Deze eerste Jehovah is niemand anders dan de Heere Jezus Christus, zoals wij in de andere verzen zagen.

En wat ook nog, het woord ‘engel’ betekent ‘boodschapper’ in het Hebreeuws en het Grieks, en Christus als Jehovah’s boodschapper was erg begaan met Lot en zijn familie, zoals Hij ook begaan is met ons vandaag.

14. KNIEËN BUIGEN – Jesaja 45:23,24 met Filippensen 2:10,11 en Romeinen 14:11,12

Jesaja 45:23,24

, "Bij mijzelf heb ik gezworen – uit mijn eigen mond is in rechtvaardigheid het woord uitgegaan, zodat het niet zal terugkeren – dat voor mij ELKE KNIE ZICH ZAL BUIGEN, (bij mij) iedere tong zal zweren, door te zeggen: Waarlijk, in JEHOVAH is volledige rechtvaardigheid en sterkte. Allen die verhit worden tegen hem, zullen rechtstreeks tot hem komen en beschaamd worden.

Filippensen 2:10,11

, "zodat in de naam van JEZUS ELKE KNIE ZICH ZOU BUIGEN van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en iedere tong openlijk zou er- kennen dat JEZUS CHRISTUS HEER IS tot heerlijkheid van God, de Vader".

Romeinen 14:11,12

, "want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef’, zegt JEHOVAH, ‘voor mij ZAL ELKE KNIE ZICH BUIGEN en iedere tong zal God openlijk erkennen’".

Als het mensdom in die toekomstige dag voor de majestueuze aanwezigheid zal staan van de Heere Jezus Christus, zal iedereen erkennen dat Jezus Christus Jehovah God is. Maar dan zal het te laat zijn, voor zover het om persoonlijke redding gaat.

Dan zal het mensdom zich realiseren dat zij fout waren, en uiteindelijk geworpen worden in de poel des vuurs genoemd in Openbaring 20:15. Wat u nu moet doen is deze heerlijke waarheid – dat Christus Jehovah is – erkennen en gespaard worden voor de verschrikkelijke gevolgen van het Grote Witte Troon

oordeel van de Heere Jezus Christus (Openbaring 20:11).

In Filippensen 2:11 is het Griekse woord voor ‘heere’ KURIOS.

+De Nieuwe Wereld Vertaling vertaalt dit met ‘heer’ in plaats van ‘Jehovah’, zoals zij in zoveel andere verzen doen. Ik vraag mij af waarom. Als zij het vertaalt hadden met ‘Jehovah’

dan zouden wij lezen ‘erkennen dat JEZUS CHRISTUS JEHOVAH IS’.

De vertalers waren misleid door gebruik van het woord KURIOS in dit vers. De Godheid van Christus zal blijven schijnen door de bladzijden van de Heilige Schrift ongeacht wie Gods wondervolle Woord ook zal vertalen.

15. DE HEILIGE – Jesaja 43:3; 49:7 en Markus 1:24

Jesaja 43:3

, "Want ik ben JEHOVAH, uw God, de HEILIGE Israëls, uw Redder…"

Jesaja 49:7

, "Dit heeft JEHOVAH, de Terugkoper van Israël, zijn HEILIGE, gezegd tot hem die in de ziel veracht wordt, tot hem die door de natie verfoeid wordt, tot de knecht der heersers: ‘Ja, koningen zullen het zien en stellig op- staan, (en) vorsten, en zij zullen zich neerbuigen, wegens JEHOVAH, die getrouw is, de HEILIGE Israëls, die u verkiest’".

Markus 1:24

, "en zei: ‘Wat hebben wij met u te maken, Jezus, gij Nazarener? Zijt gij gekomen om ons om te brengen? Ik weet precies wie gij zijt: de HEILIGE Gods’".

Dit was dan wel een getuigenis van een onreine geest, maar het was een waar getuigenis. Jehovah is de Heilige en Christus is ook de Heilige. Heiligheid is een eigenschap van de Godheid. Heiligheid behoort alleen aan God toe; en als wij spreken over Christus, waarom zouden wij dan ‘Heilige’ met hoofdletters schrijven als Christus geen God is? God kan waarlijk zeggen, ‘weest heilig want Ik ben heilig’.

16. RECHTER – Jesaja 33:22 met Johannes 5:22; 2 Timothes 4:1;en Hebreën 12:23

Jesaja 33:22

, "Want JEHOVAH is onze RECHTER, Jehovah is onze Wetgever, Jehovah is onze Koning, hijzelf zal ons redden".

Johannes 5:22

, "Want de Vader oordeelt volstrekt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon toevertrouwd".

2 Timothes 4:1

, "Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en CHRISTUS JEZUS, DIE de levenden en de doden ZAL OORDELEN, en krachtens zijn manifestatie en zijn konink- rijk".

Hebreën 12:23

, "in algemene vergadering, en de gemeente van de eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en GOD, DE RECHTER VAN ALLEN, en de geestelijke levens van rechtvaardigen die tot volmaaktheid zijn gebracht". zie ook Handelingen 10:40-42 en Hebreën 10:30

Het lijkt of we hier een echte tegenstelling hebben.

Het Oude Testament zegt dat Jehovah rechter is (als dit verwijst naar de Vader), en dan zegt het Nieuwe Testament dat de Vader de functie van rechter niet uitvoert, want Hij oordeelt niemand. Het heeft geen zin om rechter te zijn als je niemand gaat berechten. Goddelijke namen worden echter niet zomaar achteloos gebruikt. Dus hoe gaan we dit probleem oplossen?

De drie verzen uit de Nieuwe Wereld Vertaling getuigen duidelijk van het feit dat het de Zoon is die gaat oordelem; en Hebreën 12:23 vertelt ons dat de Zoon GOD is; voorts is de onontkoombare conclusie dat de Zoon Jehovah is. Dit lost het probleem op, en komt overeen met de rest van de Schriften.

Hebreën 9:27 zegt, "En zoals het voor de mensen weggelegd is eens voor altijd te sterven, maar daarna een oordeel".

Dit vers bewijst dat er leven is na de dood; en dat er een oordeel zal plaats vinden na de lichamelijke dood; er is bewust bestaan na de dood, want dit vers zou geen betekenis hebben als dood betekent ophouden van leven. De Heere Jezus

Christus als RECHTER zal degenen oordelen die Hem als God in het vlees hebben verworpen.

****************

Bij het vertalen van het Nieuwe Testament, gebruikt de Nieuwe Wereld Vertaling de Hebreeuwse naam ‘Jehovah’ 239 maal om de Griekse woorden THEOS – God, en KURIOS – Heere te vertalen.

Van deze 239 maal, is ‘Jehovah’ 39 maal gebruikt voor de Heere Jezus Christus, zoals gezien kan worden in de context waarin deze verzen staan.

Hier volgt een lijst waar deze 39 maal voorkomen:

Mat.3:3; 4:7,10; Mark.1:3; 5:19; Luk.3:4; 4:8,12; Joh.1:23; Hand.2:21,25; 7:60; 14:23; Rom.10:13; 14:11; 1 Kor.4:4; 10:9,21(twee maal); 16:10; 2 Kor.3:16; Efeze 2:21; 5:19; Kol.1:10; 3:13,16,24; 2 Tim.2:19; 4:14; Hebr.10:30; Judas 14; Openb.1:8; 4:8,11; 11:17; 15:3,4; 16:7; 18:8.

Als u deze verzen aandachtig leest, zult u zien dat het steeds Christus is om wie het hier gaat.

Zo is er dan genoeg bewijs aangedragen om te laten zien dat de Heere Jezus Christus Jehovah God is, en dit uit een vertaling die tot stand is gebracht met als enige doel om de Godheid van Christus te weerleggen.

Laten we tot slot naar een schitterend verhaal gaan in het boek Handelingen, hoofdstuk 18.

De hoofdpersonen zijn Paulus, Aquila en Priscilla, en Apollos.

Paulus was verjaagd uit Athene omdat hij de opstanding predikte. Hij reisde naar Korinthe waar hij verbleef bij Aquila en Priscilla, die tentenmakers waren zoals hijzelf.

Hij bleef anderhalf jaar in Korinthe (Hand.18:11), en er was een kerk ontstaan door de prediking van het Woord van God.

Na enige tijd, reisden Paulus en dit godvruchtige echtpaar naar Efeze, en in vers 24 komt ook Apollos aan in Efeze. Apollos was een geweldige prediker, predikende en lerende DE WEG VAN JEHOVAH en dingen over Jezus (vers 25). Echter, toen Aquila en Priscilla Apollos hoorden prediken wisten zij dat er iets ontbrak in Apollos’ verstaan van God’s wegen. Dus vers 26 vertelt ons ‘dat zij hem in hen gezelschap opnamen en hem de weg van God juister uitlegden’. U mag zich afvragen, "Wat is beter dan de Weg van Jehova?" "Wat is juister dan de Weg van Jehovah?"

Mijn vriend, er is een veel betere weg dan de Weg van Jehovah.

Aquila en Priscilla brachten veel tijd door met de apostel Paulus, beide in Korinthe en in Efeze. Paulus ontving openbaringen van de opgestane Christus betreffende waarheid die nooit eerder bekend gemaakt was (Gal.1:11,12; Efeze 3:3,4,9;

Kolos.1:24,26). Het was deze waarheid betreffende de Openbaring van het Geheimenis of zoals de Nieuwe Wereld Vertaling vertaalt ‘de prediking van Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring van het heilige geheim’ (Rom.16:25) die Paulus aan Aquila en Priscilla leerde, en zij op hun beurt aan Apollos.

Dit is de Weg van God juister. Daarom vertelde Paulus de Hebreën om voort te gaan tot volwassenheid (volmaaktheid – Hebr. 6:1). De openbaringen gegeven aan de apostel Paulus OVERTREFFEN de openbaringen van Jehovah aan Zijn volk Israël, en degene die de geschriften van de apostel Paulus bestudeert zal tot een volledig begrip van het Woord van God komen.

Het is onmogelijk, bij het maken van een vertaling van de Bijbel, de Godheid van Christus volledig te verwijderen. ALLE gedeelten van God’s geinspireerde Woord getuigen van deze zeer belangrijke waarheid. De Godheid van Christus is verweven door alle hoofdstukken van de Bijbel. De Nieuwe Wereldvertaling faalt zeer zeker in zijn poging om de Godheid van Christus te verwijderen uit het Woord van God. De Bijbel zou op een verschrikkelijke manier verminkt worden daar is iedereen het over eens.

Dus, wie is de Koning? Wie is de Almachtige? Wie is de Redder?

Wie is de Heere der Heren? Wie is de Rechter? Het is niemand anders dan Jehovah, de Heere Jezus Christus.

Profetisch schema van Christus tot de eeuwigheid

 

De feesten van God

De nieuwe maan.

Een van de minder opvallende instellingen in de Bijbel is die van de

nieuwe maan. Deze wordt namelijk niet genoemd in Leviticus, maar alleen in

het boek Numeri. Iedere nieuwe maan moesten brand- en vredeoffers worden

gebracht, begeleid door trompetgeschal, dit diende om het volk bij God in

gedachtenis te brengen (Num 10:10, Ps 81:4). Er werden ook spijs- en

drankoffers gebracht (Num 28:11-14).

Directe richtlijnen om de nieuwe maan als een rustdag te vieren staan

er niet in de wet. Toch zijn er aanwijzingen dat het wel een bijzondere dag

voor het volk was. Als de Sunamitische vrouw naar Elisa wil gaan dan zegt

haar man: "Waarom gaat gij heden tot hem? Het is geen nieuwe maan, noch

sabbat." (2 Kon 4:23). Een andere aanwijzing is Amos’ beschuldiging dat het

volk tijdens de nieuwe maan zuchtte dat het geen handel kon drijven

(Amos 8:5).

Typologisch is de maan het beeld van Israël. De maan geeft uit

zichzelf geen licht, maar weerkaatst het licht van de zon. Zo is de maan

het beeld van Israël dat het licht van God uitstraalt. Op dezelfde manier

geldt evenzeer dat de maan het beeld is van de gemeente die het licht van

Christus weergeeft.

De maan is niet iedere dag even helder, maar zij begint als een kleine

sikkel, die vlak na de zon opgaat en ondergaat. In eerste helft van de

maan-maand wordt de maan steeds voller tot zij halverwege de helderste

stand bereikt: volle maan. Daarna neemt haar grootte weer af en komt zij

ook steeds later op.

Dit proces van afwisselend veel en weinig licht reflecteren past

precies bij het beeld van Israël. De geestelijke toestand van het volk was

afwisselend goed en slecht. Goede koningen (David, Hizkia, Josia) werden

afgewisseld met slechte koningen en er waren zelfs koningen die goed

begonnen, maar met afgoderij eindigden (Salomo, Joas, Amasja).

Voor de gemeente is helaas geen betere beschrijving mogelijk. Na de

bekering van keizer Constantijn tot het Christendom onstond een sterke

vermenging van de kerk met het Romeinse rijk: het heilige Roomse rijk. In

de eeuwen daarna voerde de Rooms Katholieke kerk alleen heerschappij met

als dieptepunten verering van gestorven mensen, vervolging van Joden en

andersdenkenden en het aanbieden van vergeving van zonden door het kopen

van aflaten. In de diepste periode van duisternis begon het licht weer te

schijnen toen de Bijbel, met gevaar voor eigen leven, werd vertaald en

toen Luther zijn stellingen in 1517 verkondigde. In de tijd van de

Reformatie, die daarop volgde, ontstonden enerzijds bijbelgetrouwe

groeperingen terwijl de dwaalleer ook zijn intrede deed in de Protestantse

kerken.

Profetisch gezien duidt de nieuwe maan op de tijd dat de Here een

nieuw begin zal maken met Zijn volk en hen opnieuw zal gedenken. Een nieuwe

maan is immers een nieuw begin en het dient tot gedachtenis van God aan het

volk.

In het duizendjarig rijk zal dit nieuwe begin er zijn. Dan zal de

nieuwe maan, net als de sabbat, worden gebruikt als een dag om de Here te

aanbidden (Jes 66:23). De oostpoort van de binnenste voorhof zal dan worden

geopend en de vorst van Israël zal aanbidden op de drempel van deze poort

en het volk zal zich dan bij de ingang van deze poort voor de Here

neerbuigen (Ez 46:3).

Het Pascha

Het Pascha was een éénjarig lam. Dit kon zowel een ram als een

geitebok zijn (Ex 12). Eénjarig moeten we hier waarschijnlijk zien als in

het eerste levensjaar. De 10e Nissan moest het in huis worden genomen en op

de 14e worden geslacht. Op deze manier hechtten de Israëlieten zich meer

aan het dier en voelden ze meer van de pijn toen ze het dier slachtten. De

10e Nissan is waarschijnlijk ook de dag van de intocht van Christus in

Jeruzalem (Joh 12:1,12).

Overigens at de Heer het Pascha op de 14e Nissan (Luk 22:7-15) en

stierf één dag later, dus op de 15e Nissan. Opvallend is dat de priesters

het op de 15e aten (Joh 18:28). Misschien gebruikten zij een andere

kalender dan de Heer. De 1e Nissan kan namelijk samenvallen met nieuwe

maan, maar tegenwoordig is dat bij de Joden de dag ná nieuwe maan.

Dat het Paaslam Christus voorstelt is overduidelijk, want dit staat

letterlijk in 1 Kor 5:7. De Heer verlangde vurig het Pascha met de

discipelen te eten (Luk 22:15). Hij zal het pas opnieuw eten als het

Koninkrijk Gods gekomen is (Luk 22:16-19). In het 1000-jarig rijk zal het

dus opnieuw gevierd worden (Ez 45:21).

De Israëlieten moesten met een hysopstengel het bloed aan de

deurposten en de bovendorpel strijken. ’s Nachts zou de Heer door Egypte

trekken, en als Hij het bloed zag, dan zou Hij de verderver niet toestaan

om de eerstgeborene in het huis te doden (Ex 12, Hebr 11:28). De

Israëlieten scholen dus achter het bloed van het Paaslam.

Zo mogen ook wij schuilen achter het bloed van het Lam (1 Petr 1:19).

Zijn bloed is vergoten tot vergeving van zonden (Mat 26:28). Door Zijn

bloed zijn wij gekocht (Hand 20:28, Op 5:9). Door Zijn bloed zijn wij

gerechtvaardigd (Rom 5:9) en zijn wij verlost (Ef 1:7, Op 1:5). Dat bloed

reinigt ons van dode werken om de levende God te dienen (Hebr 9:14). Wij

mogen vrijmoedig ingaan in het heiligdom door het bloed van Jezus (Hebr

10:19). Zijn bloed reinigt ons van alle zonden (1 Joh 1:7).

De Israëlieten moesten jaarlijks het Pascha vieren als een gedenkdag

(Ex 12:14). Wat ze moesten gedenken staat in Ex 12:27. Het is een Paasoffer

voor de Heer die de Egyptenaren sloeg, maar aan de huizen van de

Israëlieten voorbijging. Zo mogen ook wij weten dat wij, omdat Christus ons

Pascha is geworden, niet veroordeeld worden (1 Kor 5:7, Joh 3:16).

Iedere vreemdeling in het land Israël mocht ook het Pascha vieren,

mits hij maar besneden was (Ex 12:48, Num 9:14). Als iemand onrein was of

ver weg, dan mocht hij het een maand later vieren, op de 14e van de tweede

maand (Num 9:11,12). Het Pascha werd gegeten met ongezuurde broden en

bittere kruiden. Ongezuurd, want Christus was zonder zonde. De bittere

kruiden spreken van Zijn lijden. Het Pascha moest op het vuur gebraden

worden en niet gekookt, omdat Christus het oordeel moest ondergaan: vuur

spreekt van oordeel (Hebr 10:27).

Het bloed moest met hysop op de deurposten gestreken worden. Hysop is

een beeld van ontzondiging. In Psalm 51:9 zegt David: Ontzondig mij met

hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw. Mensen en

dingen die door aanraking met doden onrein geworden waren werden

besprenkeld met ontzondigingswater met behulp van hysop (Num 19:18). De

Heer Jezus kreeg aan het kruis zure wijn aangeboden. Deze zat gedrenkt in

een spons op een hysopstengel (Joh 19:28).

De Israëlieten trokken de 15e Nissan uit Egypte (Num 33:3). 40 jaar

later trokken ze de Jordaan over op de 10e Nissan (Jozua 14:10) en aten het

Pascha te Gilgal (Jozua 5:10). Het Pascha werd in Israël niet altijd even

correct gevierd. Koning Hizkia vierde het eens op een manier die sinds

Salomo niet gebeurd was (2 Kron 30:26). Later hield koning Josia het Pascha

op een wijze die sinds de richteren niet was voorgekomen (2 Kon 23:22).

Het Pascha moest in Jeruzalem geslacht en gegeten worden

(Deut 16:5,6). 3 maal per jaar moesten alle mannen opgaan naar Jeruzalem om

de 3 belangrijke feesten te vieren: het feest der ongezuurde broden, het

feest van de oogst (= het feest der weken) en het feest der inzameling (=

het loofhuttenfeest) aan het einde van het jaar (Ex 23:14-17, Deut 16:16).

Hun land zou dan veilig zijn (Ex 34:23). Het feit dat in 1973 Isra‰l

werd aangevallen tijdens de grote verzoendag geeft dus aan dat het land nu

niet Gods zegen kan ontvangen. Dat zal pas gebeuren als Isra‰l Jezus erkend

als de Messias, Gods Zoon (Hand 3:19,20). Als ze zich bekeren, dan zal

Jezus wederkomen op de aarde en ze zullen Hem herkennen die zij doorstoken

hebben (Zach 12:10, Joh 19:37, Op 1:7).

De Israëlieten mochten niet met lege handen voor het aangezicht van de

Heer verschijnen (Ex 23:15). Ze moesten de eerstelingen van alle vruchten

van het land meenemen (Deut 26:1-11) in manden en die aan de priester

geven. De priester zou dan de mand voor het altaar van de Here God

neerzetten.

Tijdens het feest der ongezuurde broden werd de eerstelingsgarve aan

de Here aangeboden (Lev 23:10,11). Dit was dan een korenschoof, het betrof

hier de gersteoogst. Tot die tijd mochten ze alleen brood eten van oud

koren. Tijdens het wekenfeest werden twee tarwebroden voor de Here bewogen

(Lev 23:15).

Het feest der ongezuurde broden.

Waarom ongezuurde broden? Zuurdesem stelt de zonde voor, hiervoor zijn

veel aanwijzingen in de Bijbel. De discipelen moesten zich wachten voor de

zuurdesem van de Farizeeën, dat is huichelarij (Luk 12:1). Ze moesten ook

oppassen voor de zuurdesem van Herodes (Mark 8:15). Dat is waarschijnlijk

de heerszucht, wereldgelijkvormigheid en tekenen en wonderen eisen

(Luk 23:12). De valse leer van de Farizeeën en Sadduceeën werd ook

zuurdesem genoemd (Mat 16:11,12). In Gal 5:9 wordt het zuurdesem in verband

gebracht met wetticisme!

In 1 Kor 5 worden slechtheid en boosheid zuurdeeg genoemd. In dit

zelfde hoofdstuk worden broeders, die in de zonde leven, vergeleken met

zuurdesem. Als zij niet uit hun midden werden weggedaan, zou de hele

gemeente van Korinthe zuur worden. Als wij in ons midden toelaten dat

mensen in zonde leven en aan het avondmaal zitten, dan worden wij ook

besmet met die zonde. Uiteindelijk zal niemand die zonde meer herkennen als

zonde.

In de gelijkenis van het Koninkrijk der hemelen wordt het Koninkrijk

vergeleken met een zuurdesem, welke een vrouw nam en in 3 maten meel

verborg tot het meel geheel gezuurd was. Dit is dus negatief bedoeld. De

uitleg is dat de gemeente wel zal groeien, maar dat de zonde er in flink

zal toenemen.

Onder zuurdesem kunnen we hier dus met name verstaan: huichelarij,

heerszucht, valse leer, wetticisme, slechtheid, boosheid en de zonden uit 1

Kor 5: hoererij, gierigheid, afgoderij, lasteren, dronkenschap en

oplichterij. Het is al erg als deze dingen voorkomen in de gemeente, maar

nog erger is het als deze dingen worden getolereerd en goedgepraat.

De Israëlieten moesten 7 dagen ongezuurde broden eten. Op de eerste

dag moesten ze reeds het zuurdeeg uit hun huizen wegdoen (Ex 12:15), en de

hele week mocht het niet in hun huizen gevonden worden (Ex 12:19).

Bij de instelling van het feest der ongezuurde broden werd gezegd dat

de Israëlieten dit moesten doen om al de dagen van hun leven te denken aan

de dag dat ze uit Egypte trokken (Deut 16:3). Op die dag (15 Nissan,

Num 33:3) vertrokken ze zo snel dat ze niet eens de gelegenheid hadden om

gezuurd brood te bakken en dus bakten ze toen ongezuurde koeken (Ex 12:19).

Iedere dag moesten de Israëlieten dus denken aan de dag van de

uittocht. Zo mogen wij dus iedere dag denken aan de dag van onze verlossing

van de zonde. Hierbij moeten we niet zozeer denken aan onze bekering, maar

vooral aan het lijden en sterven van de Heer Jezus op de 15e Nissan. Wij

mogen iedere eerste dag der week eten van de maaltijd des Heren. Dat doen

wij om aan Hem te denken (1 Kor 11:25). Iedere keer als wij dit doen

verkondigen we Zijn dood (1 Kor 11:26), met name aan de machten in de

hemelse gewesten (Ef 3:10). Blijkbaar wil God dat we iedere dag danken dat

de Heer Jezus voor onze zonden aan het kruis gestorven is (1 Kor 15:3) en

wordt Hij niet moe als we dat iedere dag opnieuw doen!

Het is vooral de gemeentelijke samenkomst die wordt vergeleken met het

feest der ongezuurde broden: Laten wij feest vieren met ongezuurd brood van

reinheid en waarheid (1 Kor 5:8). Wat doet de gemeente dan nog meer,

behalve de Heer groot maken? Een belangrijk aspect is het bekend maken van

de veelkleurige wijsheid van God aan de overheden en machten in de hemelse

gewesten (Ef 3:10). De gemeente is een koninklijk priesterschap om de grote

daden te verkondigen van Hem die haar uit de duisternis geroepen heeft

(1 Petr 2:9).

De eerste dag van de ongezuurde broden was de 15e Nissan (Abib), de

dag na het Pascha (Lev 23:6, Num 28:17). Zowel de 15e als de 21e Nissan was

een rustdag met een heilige samenkomst (Lev 23:7-8, Num 28:18,25). Geen

slaafse arbeid, want wij zijn verlost uit de slavernij der zonde

(Rom 6:20-22). Ongezuurde broden, want Christus was en is zonder zonde

(1 Petr 1:19). Hij heeft Gods werk tot het einde toe volmaakt volbracht.

De eerstelingengarve

Op de eerste dag na de sabbat van het feest der ongezuurde broden

moesten de Israëlieten de eerste schoof van de oogst naar de priester

brengen (Lev 23:10-14) als beweegoffer voor de Here. Dit offer ging gepaard

met een eenjarig lam als brandoffer, 2/10 fijn meel met olie als spijs- en

vuuroffer en 1/4 hin wijn als plengoffer. Tot die tijd mochten ze geen vers

koren en ook geen brood van vers koren eten. Het betrof de eerste

korenoogst, d.w.z. de gersteoogst. De tarweoogst was later (Ex 9:31,32).

Voor de Israëlieten betekende dit dat het eerste van de oogst voor de

Here was. Ook de eerstelingen van de andere vruchten en eerstgeborenen van

de dieren waren voor de Here. De Here kwam op de eerste plaats. Ook voor

ons moet nog steeds gelden dat de Here op de eerste plaats komt. Geven wij

Hem de plaats die Hij toekomt?

Typologisch gezien duidt dit beweegoffer overduidelijk op Christus. Op

de eerste dag der week, direct na het Pascha, stond Hij op uit de doden

(Mark 16:9), als de Eersteling (1 Kor 15:20).

Het gerst duidt op Christus. Bij de wonderbare spijziging werd

gerstebrood uitgedeeld (Joh 6:9,13). Als het volk daarna opnieuw Christus

opzoekt dan zegt Hij: "Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de

spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen

ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld". Ook spreekt

Christus in dit hoofdstuk steeds over de opwekking uit de doden (vs 40, 44

en 54).

Een zondoffer was niet nodig bij dit beweegoffer, want alles spreekt

van Christus, wiens offer was aangenomen en die was opgewekt uit de doden.

Tijdens ons christelijk Pasen herdenken wij de opstanding van Christus uit

de doden. Ons Paasfeest hoort dus eigenlijk niet bij het Joodse Pasen, maar

bij de aanbieding van de eerstelingengarf. De correcte naam voor Goede

Vrijdag is dus eigenlijk: Pasen en voor Pasen: Opstandings dag

Het Wekenfeest

Dit wordt ook wel het dag der eerstelingen (Num 28:26) en het feest

van de oogst (Ex 23:16) genoemd, ditmaal betreft het de eerstelingen van de

tarweoogst: Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der

eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar

om is (Ex 34:22).

Precies 7 weken nadat de eerstelingengarf aan de Here geofferd werd was

het feest der weken (lev 23:15-22). Dat was dus weer op een zondag! Als

spijsoffer werden 2 beweegbroden aangeboden, gemaakt uit 2/10 efa fijn

tarwemeel. Tevens werden als brandoffer 7 eenjarige lammeren, een jonge

stier en 2 rammen geofferd, met bijbehorende spijsoffers en plengoffers.

Als zondoffer werd een geitebok geofferd en als vredeoffer 2 eenjarige

lammeren. De dag was een verplichte rustdag.

Het wekenfeest was een van de drie feesten, waarop alle mannen naar

Jeruzalem moesten gaan (Ex 23:14-17, Deut 16:16,17). Zij namen dan vaak de

eerstelingen van hun oogst mee in een mand. Deze gaven ze dan af aan een

priester, die haar dan voor het altaar neerzette (Ex 23:19, Deut 26:2-4).

Tijdens het wekenfeest betrof het dan de eerste tarweoogst.

Het is heel bijzonder dat de broden gezuurd moesten worden gebakken,

want in principe moesten spijsoffers bestaan uit ongezuurd brood

(Lev 2:11). Zuurdeeg spreekt namelijk van zonde, zoals we gezien hebben bij

de bespreking van het feest der ongezuurde broden. En omdat de meeste

offers van Christus spreken moeten die spijsoffers bestaan uit ongezuurd

brood. Het feit dat het hier gezuurde broden betreft geeft dus aan dat deze

broden iets anders voorstellen, namelijk de gemeente. De werking van het

zuurdeeg is echter tot stilstand gekomen door het bakken van het brood.

Voor dit bakken was vuur nodig: het oordeel dat Christus voor ons gedragen

heeft. Daarom was er bij dit offer ook een zondoffer nodig.

De gemeente wordt hier voorgesteld d.m.v. twee broden. Deze stellen

Israël en de Heidenen voor, deze twee zijn door het werk van de Heer Jezus

één geworden (Ef 2:14-16). Paulus stelt dit in Rom 11 zo voor dat van de

edele olijf Israël takken zijn afgebroken en dat op die plaats takken van

de wilde olijf, de Heidenen, zijn ge-ent. De gelovige Joden vormen dus samen

met de gelovige Heidenen de Gemeente.

Het betrof hier ook twee tarwebroden. De tarweoogst spreekt van de

oogst vanaf Christus tot zijn wederkomst: de tarwekorrel zal van het kaf

worden gescheiden (Mat 3:10), de tarwe en het onkruid groeien tot de

eindtijd tezamen op (Mat 13:24-30).

Het feest is dus een duidelijke heenwijzing naar de Pinksterdag,

waarop de Heilige Geest werd uitgestort, de dag waarop 3000 mensen zich

bekeerden op de toespraak van Petrus (Hand 2:41). Zij waren de eerstelingen

van de grote oogst, de eerste bekeerlingen werden toen aan het lichaam van

Christus toegevoegd. Dit gebeurde dus exact op de dag dat het wekenfeest

werd gevierd. Het zou dus logisch zijn als het Christelijk Pinksterfeest

zou samenvallen met het Joodse wekenfeest. Helaas gebeurt dit zelden, want

de Joden vieren nu het wekenfeest 7 weken na Pascha, i.p.v. na de

aanbieding van de eerstelingengarf.

De uitstorting van de Heilige Geest ging overigens gepaard met tongen

van vuur boven de discipelen. Vuur spreekt namelijk van oordeel (Mat 3:10,

13:40). Door de val van de Joden is het heil ook tot de Heidenen gekomen

(Rom 11:11,12). Hoeveel te meer zal de bekering van de Joden dan niet een

rijkdom voor de wereld beteken (Rom 11:14). Dat zullen we merken bij de

laatste feesten.

Opvallend is dat bij de instelling van het oogstfeest wordt vermeld

dat de rand van het veld niet afgemaaid mag worden en dat wat is blijven

liggen niet opgelezen mag worden; het is voor de arme en vreemdeling

(Lev 23:22). Deze nalezing van de oost verwijst naar de oogst die plaats

vindt na de opname van de Gemeente. Dan zal er nog een oogst plaats vinden:

de schare die niemand tellen kan (Op 7:9) en het overblijfsel van Israël

Het Bazuinenfeest

Dit feest wordt beschreven in Lev 23:24-25 en in Num 29:1-7. In Lev

staat vermeld dat het een rustdag is met een heilige samenkomst,

aangekondigd door bazuingeschal. Verder werden er op deze dag brand- en

spijsoffers gebracht en een bok als zondoffer.

Het was een jubeldag staat er in het NBG (Num 29:3). Een dag van

trompetgeschal staat er eigenlijk in het Hebreeuws. Wat er te vieren was

staat er niet, er was ook niets om te gedenken. Tegenwoordig vieren de

Joden dit feest als het Joodse nieuwjaar, terwijl Nissan de eerste maand

is! Het kerkelijk jaar scheelt dus 6 maanden met het burgelijk jaar.

Het doel van het feest was eigenlijk verborgen. Het was dan ook het

5e feest. 5 is het getal van de verborgenheid. We leven nu in de 5e

bedeling, die van de genadetijd en de gemeente. De gemeente begon op het

wekenfeest. Deze periode zal eindigen met de opname van de gemeente, dat is

de profetische betekenis van dit feest. Er moest op dit feest een stoot op

de bazuinen worden gegeven, dit heeft als betekenis verzamelen.

Er waren twee trompetten. Het verzamelen zal straks ook tweevoudig

zijn. Ten eerste wordt de gemeente in de hemel opgenomen (1 Thes 4:16,17, 1

Kor 15:51,52). Ten tweede dient het bazuingeschal voor het verzamelen van

Israël in het land (Jes 27:13). Daar zien we nu reeds een voorvervulling

van.

Het feest viel eigenlijk samen met het 7e nieuwe maanfeest (Num

10:10). Dat feest diende om God aan het volk te doen denken. Zo zal God

straks opnieuw aan Zijn volk denken en Zijn plan met Israël tot een einde

brengen. Tenslotte zal de wereld in het 1000-jarig rijk vanuit Jeruzalem

bestuurd worden.

NB: Voor het bazuinen werden speciaal 2 zilveren trompetten gemaakt (Num

10:2). Een stoot op beide trompetten diende voor het samenroepen van de

gemeente, dat is het verzamelen van de gehele vergadering in de woestijn

bij de ingang van de tabernakel (Num 10:3,7). Een uitgebreid signaal moet

worden geblazen als de legerplaatsen moesten opbreken (Num 10:5,6) en later

in het land Israël als de legers voor de strijd moesten verzamelen (Num

10:9). Zowel het blazen als het stoten diende er voor om het volk bij de

Here in gedachtenis te doen brengen (Num 10:9,10).

Bij de feesten moesten een stoot op de trompetten worden gegeven bij

de brand- en vrede offers, dus ook bij dit feest.

De grote verzoendag

Op de 10e van de zevende maand moest de grote verzoendag worden

gehouden (Lev 16, 23:27-32, Num 29:7-11). Op deze dag moesten ze zich

verootmoedigen, een heilige samenkomst hebben en een vuuroffer brengen (Lev

23:7). Het brandoffer betrof een jonge stier, een ram en 7 eenjarige

schapen (Num 29:8).

Slechts éénmaal per jaar mocht de Hogepriester verschijnen in het

heilige der heiligen binnen het voorhangsel (Lev 16:2). Daarin stond de

Ark, met daarop het verzoendeksel (Ex 26:34). De Here zou dan verschijnen

in een wolk boven het verzoendeksel (Lev 16:2).

In Lev 16 en Hebr 9 staat uitgebreid beschreven welke zoenoffers de

hogepriester moest brengen: eerst een jonge stier als zondoffer en een ram

als brandoffer (Lev 16:3). De stier diende voor verzoening over de

hogepriester en zijn huis (Lev 16:6,11). Vervolgens moest hij gloeiende

kolen van het altaar in het heilige der heiligen brengen en op die kolen

fijn reukwerk en daarna het verzoendeksel 1 x en voor het verzoendeksel 7 x

besprenkelen met het bloed van de stier (Lev 16:12-14).

Van het volk moest de hogepriester 2 bokken als zondoffer en een ram

als brandoffer nemen (Lev 16:5). E‚n bok moest worden geslacht. Zijn bloed

moest ook binnen het voorhangsel worden gebracht en net zo worden gebruikt

ter besprenkeling als het bloed van de stier (Lev 16:15). Zo werd

verzoening gedaan over de zonden en onreinheden van de Israëlieten (Lev

16:16). Met het lot werd bepaald welke bok geslacht zou worden. Eén bok

voor de Here en één voor Azazel(Lev 16:8). Azazel is een samentrekking van

de woorden Aze (geit) en Azal (vertrekken). Dus we moeten "voor Azazel"

waarschijnlijk lezen als "als vertrekbok".

Opmerkelijk is dat in Hebr 9:7 staat "voor de zonden in onwetendheid

bedreven". Voor de overige zonden was namelijk al steeds een zondoffer

nodig. Zo dienen ook wij, als wij ons bewust worden van een zonde, deze zo

snel mogelijk te belijden en God zal die dan vergeven op grond van het

bloed van Christus (1 Joh 1:7,9). Maar hoeveel zonden vergeten wij niet te

belijden. Daar is Christus ook voor gestorven! Toch mogen we niet vergeten

dat, als wij onze zonden niet willen belijden, deze tussen God en ons

instaan, zodat onze gebeden belemmerd worden (Ps 66:18). Als wij in de

zonde leven dan wil God zelfs geen gemeenschap met ons hebben aan het

avondmaal (1 Kor 5:11).

Wanneer de hogepriester klaar was met de verzoening van het heiligdom,

de tabernakel en het altaar, dan moest hij de andere bok nemen. Vervolgens

moest hij alle zonden van de Isra‰lieten belijden, die op de kop van de bok

leggen en de bok de woestijn in laten sturen. Zo werden de zonden gedragen

naar een onvruchtbaar land (Lev 16:20-22). Onvruchtbaar, d.w.z. ze hebben

de dood niet meer tot gevolg maar we ontvangen als genade het eeuwige

leven in Christus (Rom 6:23).

De grote verzoendag is dus een voorafschaduwing van het grote

verzoenwerk van de Heer Jezus, die in het hemelse heiligdom gegaan is met

Zijn eigen bloed om zo voor ons een eeuwige verzoening teweeg te brengen

(Hebr 9:11,12). De aardse tabernakel was een afbeelding van de hemelse

(Hebr 8:5, 9:24)!

Typologisch spreekt de grote verzoendag dus van het verzoeningswerk

van de Heer Jezus. Profetisch is er nog een (toekomstige) gebeurtenis aan

te wijzen. Deze aanwijzing vinden we in Lev 25:8-16. Eens in de 49 jaar, op

het jaar na het sabbatsjaar, moest er op de grote verzoendag op de bazuin

worden geblazen, want dan breekt het jubeljaar aan. Op die dag mocht

iedereen terugkeren naar zijn bezittingen die hij vroeger had verkocht. Dit

duit op het moment dat de Heer Jezus zal terugkomen om Zich met Zijn volk

te verzoenen en hun hun land weer terug te geven.

Maar daar moet wel iets aan vooraf gaan. Het feest moest beginnen met

verootmoediging (Lev 23:27). Dit is een verwijzing naar de verootmoediging,

die beschreven is in Zach 12:10 "Zij zullen hem aanschouwen, die zij

doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht

over een enig kind". Maar deze spijtbetuiging zal dan resulteren in de

verlossing van Israël (Zach 12:8).

Het loofhuttenfeest.

Het loofhuttenfeest moest worden gevierd van de 15e t/m de 22 van de

zevende maand (Lev 23:34-43). Op de eerste dag van het feest moest er rust

zijn (Lev 23:36,39). Het wordt ook wel het feest der inzameling genoemd,

aan het einde van het jaar (Ex 23:16, 34:22).

Nu doet zich dus het merkwaardige feit voor dat de maand Nissan de

eerste maand van het jaar is, terwijl in de zevende maand de jaarwisseling

plaats vindt (Ex 34:22). De Joden hebben dit opgelost door op de eerste van

de zevende maand het Joodse nieuwjaar te vieren.

De Israëlieten moesten takken nemen van palmen, loofbomen en

beekwilgen (Lev 23:40), olijfbomen, olijfwilgen en mirten (Neh 8:14) om

hutten te maken. Daar moesten zij zeven dagen in wonen, opdat hun

geslachten zouden weten dat de Here hen in loofhutten heeft doen wonen,

toen ze uit het land Egypte trokken (Ex 23:43). In de NBG staat ‘hutten’,

maar hier wordt in het Hebreeuws hetzelfde woord gebruikt dat elders in dit

hoofdstuk met ‘loofhutten’ wordt vertaald. Overigens woonden ze later in de

woestijn in tenten (Hos 12:10). Waar het om gaat is dat ze moesten gedenken

dat ze een dak boven hun hoofd hadden in de woestijn.

Het loofhuttenfeest had ook nog een andere functie. Eens per 7 jaar,

in het sabbatsjaar (Lev 25:1-7, Deut 15:9), moesten ze het land braak laten

liggen (Ex 23:11, Lev 25:4-7). Ze mochten niet inzamelen en niet snoeien.

Wel mocht de opbrengst van het land direct gegeten worden, maar dan ook

door de knechten, vreemdelingen en het vee. Het zesde jaar zou dan een

oogst voor 3 jaar voortbrengen (Lev 25:21). In het achtste jaar mochten ze

zaaien, maar tot die oogst gereed was moesten ze van de oogst van het zesde

jaar leven (Lev 25:22).

Hierdoor hadden de Israëlieten dus tijd over. Deze tijd werd dan

tijdens het loofhuttenfeest benut door in Jeruzalem bijeen te komen om zich

de wet te laten voorlezen. En dit weer met als doel om de Here God te

vrezen (Deut 31:9-13).

De sabbatsjaren hebben ze niet goed gehouden (Jer 34:14). Als straf

was reeds in Lev 26:34,35,43 aangekondigd, dat, als ze bleven volharden in

het niet houden van de wet, het land verwoest zou blijven liggen totdat het

zijn sabbatsjaren vergoed zou krijgen. Dit sloeg op de Babylonische

ballingschap (2 Kon 36:21, Jer 25:11, 29:10).

Het zevende jaar had nog een functie: de slaven moesten worden

vrijgelaten, met een toegift (Deut 15:12,13) en leningen aan broeders

moesten worden kwijtgescholden (Deut 15:2). Daarom wordt het sabbatsjaar

ook wel het jaar der kwijtschelding genoemd (Deut 31:10).

Zijn dit niet allemaal prachtige heenwijzingen naar het vrederijk;

iedereen zal dan weer vrij zijn, geen slavernij, geen schulden

(Jes 65:21-25). Het loofhuttenfeest is een heenwijzing naar het 1000-jarig

rijk. Dan zal dit feest weer opnieuw gevierd worden en niet alleen door de

Joden, maar door de hele wereld (Zach 14:16-19). De volken moeten dan

jaarlijks optrekken naar Jeruzalem om dit feest te vieren en zich voor de

Here neer te buigen.

De Israëlieten moesten vrolijk zijn (Lev 23:40, Deut 16:15). In het

1000-jarig rijk zal het ook vrolijk zijn (Sef 3:14). Ook wij mogen ons

verheugen dat we de zaligheid der zielen bereikt hebben (1 Petr 1:8,9). Wij

hebben een hemels vaderhuis met vele woningen (Joh 14:2).

Feesten en hoogtijdagen

Pascha – Goede Vrijdag

Kruisiging v Christus

 

Ongezuurde broden – Avondmaal

Christus zonder zonden

 

Eerstelingengarf – Pasen

Christus als eerste opgestaan

 

Wekenfeest – Pinksteren

Eerstelingen (de Gemeente)

 

Bazuinenfeest

Opname van de gemeente.

Israël vergaderd

 

Grote Verzoendag

Wederkomst van Christus

Israel hersteld

 

Loofhuttenfeest

1000-jarig rijk

Samenvatting

Pascha:

Doel: Een gedenkdag en Paasoffer voor de Here die de Egyptenaren

sloeg, maar aan hun huizen voorbij ging.

Profetisch: Christus die aan het kruis stierf en zijn bloed stortte.

Typologisch: Het bloed van Christus, waardoor wij niet in het oordeel

komen.

Praktisch: Wij danken de Heer dat wij niet verloren gaan door de

storting van zijn bloed.

Ongezuurde broden:

Doel: Om al de dagen van hun leven te denken aan de dag dat ze uit

Egypte trokken (15 Nissan).

Profetisch: Christus die aan het kruis stierf en ons reinigde van alle

zonden.

Typologisch: De hele Christus (Hoofd en gemeente) zonder zonde.

Praktisch: Wij danken alle dagen van ons leven de Heer, voor wat het

Hem heeft gekost om ons te reinigen van alle zonden.

Eerstelingengarf:

Doel: Beweegoffer voor de Here van eerste korenschoof (gerst) op

eerste zondag na Pascha. Pas na dit offer mochten ze brood

eten dat van vers koren gemaakt was.

Profet/Typol: Christus als eersteling uit de doden opgestaan op zondag.

Praktisch: Wij loven de Heer dat Hij is gestorven en opgestaan,

waardoor wij weten dat ook wij uit de doden zullen opstaan.

Wekenfeest:

Doel: Het aanbieden van twee gezuurde beweegbroden (tarwe) op de

achtste zondag na Pascha. Het aanbieden van de eerstelingen

van de oogst in manden aan de priesters.

Profet/Typol: Uitstorting van de Heilige Geest en het ontstaan van de

(eerstelingen van de) gemeente.

Praktisch: Wij moeten ons laten leiden door de Heilige Geest en

meewerken aan het oogsten, d.w.z. evangeliseren.

Bazuinenfeest:

Doel: Een dag van bazuingeschal.

Profet/Typol: Opname van de gemeente en verzameling van de Isra‰lieten in

het beloofde land.

Praktisch: Wij mogen iedere dag wachten op de wederkomst van Christus

om ons te halen.

Grote verzoendag:

Doel: Verootmoediging en het brengen van een zoenoffer voor alle

zonden van het volk.

Profetisch: Het volk verootmoedigt zich en Christus keert terug om het

land aan Isra‰l terug te geven.

Typologisch: Christus brengt zijn bloed in hemels heiligdom teneinde een

eeuwige verlossing tot stand te brengen. De weg naar het

heiligdom ligt open.

Praktisch: Wij mogen danken voor de eeuwige verzoening door het bloed

van Christus. Wij mogen altijd en op iedere plaats tot God

komen en Hem aanbidden en tot Hem bidden.

Loofhuttenfeest:

Doel: Herdenken dat ze in de woestijn in tenten (loofhutten?)

woonden. Lezing van de wet eens in de 7 jaar.

Profetisch: Het 1000-jarig vrederijk.

Typologisch: Christus heeft voor ons eeuwige woningen verworven.

Praktisch: Danken voor de hemelse zegeningen, nu en straks.

Hoop, voorbij de Hel

 

Omdat mijn vrouw een E-book reader heeft aangeschaft, is zij verwoed op zoek gegaan om het apparaat te vullen. Er zijn redelijk wat (gratis) titels beschikbaar op Internet.

Eén van de boeken die zij tegenkwam, is “Hope Beyond Hell”.

image

De inleiding van het boek begint als volgt:

 

Het probleem

Stel je eens voor dat je een zendeling bent in het moslimland Senegal in West-Afrika.

De datum? 26 September 2002.

 

Een jaar geleden ben je bevriend geraakt met je buurman, Abdou Ndieye, een islamitische handelaar. Nog maar een paar weken geleden heeft hij je uitnodiging aanvaard om samen met jou de bijbel te gaan bestuderen. Je bent enthousiast. Abdou is de eerste moslim met wie je het evangelie deelt.

Vandaag bereid je je voor om weer een gedeelte uit de bijbel met hem door te nemen, maar er is iets verschrikkelijks gebeurd. Je kunt niet geloven wat je op het nieuws ziet en hoort. De Joola, een Senegalese veerboot, is gekapseisd en meer dan 2000 mensen zijn omgekomen. Je herinnert je dat Abdou’s vrouw, Astou en zijn 14-jarige dochter, Fatou, ook op de boot waren. Je bent in een shock en je gelooft niet wat je ziet – het schip ligt volledig ondersteboven en steekt uit boven de zee, erboven vliegen helikopters.

Je haast je naar de buren. Als je op de deur klopt hoor je een luid gekreun en hartverscheurend gehuil. Je loopt zachtjes naar binnen. Abdou ligt languit op de grond. Hij schreeuwt het uit naar Yalla (Senegalees voor Allah). “Waarom? Waarom? Hoe kon u dit laten gebeuren?” Hij gaat maar door met huilen en slaat met zijn handen op de grond.

Je voelt je verschrikkelijk hopeloos en bid in jezelf: “God help me om mijn vriend te troosten”.

Abdou kijkt je aan, hij herkent je nauwelijks door zijn tranen heen. “Mijn vrouw en dochter zijn op een gruwelijke manier omgekomen. Vertel me: zal ik ze weerzien! Vertel me: zijn ze veilig in Gods armen!? Heeft jou Jezus ze naar Zijn hemel gebracht?”

Je weet niet wat je moet zeggen. De stilte is oorverdovend.

“Antwoord mij christen, zal ik ze weerzien? Zijn ze op een betere plaats? Vertel het me!!”

Je blijft sprakeloos. Wat kun je zeggen? Waar is het goede nieuws van het evangelie wanneer je het zo hard nodig hebt … !?

 

Tja, daar sta je dan met je Bijbelkennis. Als je gelooft dat je “in dit leven voor Jezus moet kiezen, omdat je anders voor eeuwig verloren bent”, dan is “de hel” waarschijnlijk goed gevuld, en in de hemel  zijn veel lege plaatsen.

De Bijbel leert iets anders.

Ik zou iedereen die dit leest dit boek van harte aan willen bevelen om het eens door te lezen, en te toetsen.

Je kunt het van mijn website downloaden.

Waarschuwing voor dreigende honger

Bron: Manna Vandaag

copyright 2008© Manna-Vandaag

Staat Nederland aan de vooravond van voedseltekorten? Dreigt er honger? Diverse christelijke leiders claimen de laatste tijd daarover een woord van de Heer te hebben gehad.

In het jongste nummer van het blad ‘Blaast de Sjofar’ schrijft Jack van der Tang (foto), leider van Pillar of Fire, dat hij in januari een spreekbeurt moest houden in het Huis van Gebed in Den Haag en dat bij de voorbereiding daarvoor de Heilige Geest hem toonde dat er een voedseltekort zou komen. “Ik was verbaasd”, schrijft Van der Tang, “omdat dit niet datgene was, wat ik verwacht had. Ik deelde dit woord op de bewuste avond en tot ieders verrassing was dat het onderwerp waar de andere aanwezigen ook bij stil gezet waren in die week. Als ieder dit op zijn hart heeft zonder dat we dit weten van elkaar, dan heeft de Here God hier een bedoeling mee.”
Van der Tang is niet de enige die met deze boodschap komt. Een maand of twee geleden ontving Manna-vandaag van een bekende evangelische leider in Nederland een e-mail met daarin een waarschuwing voor een dreigende hongersnood. De man in kwestie neemt een vooraanstaande plaats in de evangelische wereld in en is een regelmatige gast bij radio- en tv-uitzendingen van de Evangelische Omroep.
Enkele uren nadat we zijn e-mail ontvingen, nam hij opnieuw contact op met het verzoek zijn identiteit geheim te houden en de boodschap over naderende voedseltekorten niet openbaar te maken. Hij schrok terug voor de consequenties. “Niet voor mijzelf, maar voor de angst die dit onder de mensen kan veroorzaken.” We spraken af dat zijn boodschap pas genoemd mocht worden als die spontaan vanuit andere bronnen bevestigd zou worden.
Sindsdien hebben we van meerdere kanten, onafhankelijk van elkaar, dergelijke mededelingen gekregen. In een geval zat daar zelfs een vrij uitgebreide beschrijving bij van hoe men zich het beste kan voorbereiden op een periode van voedseltekorten, tot en met tips om zelf voedsel te verbouwen en om niet-bederfelijke voorraden aan te leggen.
Van der Tang kreeg nadien ook verschillende bevestigingen, schrijft hij. Tijdens een gebedsdag op 7 maart deelde hij de boodschap ook. “Na afloop kwamen er verschillende bidders naar mij toe en bevestigden mij het verhaal dat ook zij dit hadden ontvangen in gebed.”
In ‘Blaast de Sjofar’ wijst Van der Tang bovendien op de boodschap die David Wilkerson onlangs verspreidde en waarover Manna-vandaag al eerder berichtte. Daarin wees Wilkerson ook op voedseltekorten. “Als het mogelijk is, leg dan een voorraad van niet-bederfelijk voedsel en andere essentiële dingen aan, voor een periode van dertig dagen. In steden zullen de supermarkten binnen het uur leeg zijn als de ramp zich voltrekt”, aldus Wilkerson.
Jack van der Tang waarschuwt in zijn artikel dat het nu niet de tijd is om in paniek te raken. Ook roept hij niet op tot het inslaan van voedselvoorraden. “Geen paniek, maar eerst de Here hierover zoeken.” Hij zegt: “Als er zo velen zijn die deze boodschap hebben ontvangen, dan kunnen we niet anders dan alert zijn en de Here zoeken en vragen hoe we moeten handelen.”

Opnieuw waarschuwing voor hongersnood

Bron: Manna Vandaag

copyright 2008© Manna-Vandaag

Opnieuw is er door een Nederlandse voorganger gewaarschuwd voor een naderende hongersnood in Nederland. Herry van Bijleveld uit Vleuten bracht die boodschap tijdens een dienst van de Maranatha gemeente in Ermelo.

Het Nederlands Dagblad gaat er vandaag (zaterdag) uitgebreid op in op haar kerkpagina. Daarin zegt Van Bijleveld dat hij mensen adviseert extra voedsel en drinken in huis te halen. Anders dan onlangs David Wilkerson (die adviseerde om voedsel voor een maand in te slaan) denkt Bijleveld begrepen te hebben dat een voedsel- en watervoorraad voor een week volstaat.
De afgelopen week publiceerde Manna-vandaag een soortgelijke waarschuwing van Jack van der Tang, leider van Pillar of Fire in Den Haag, en van enkele anderen. Dat artikel vind je hier.
De boodschap van David Wilkerson vind je hier en een reactie van David Wilkerson daarop tref je hier aan. De boodschap van Bijleveld is door de Maranatha gemeente inmiddels als mp3-bestand op haar site gezet. Die vind je hier.
Het Nederlands Dagblad zegt dat de boodschap van Van Bijleveld veel stof heeft doen opwaaien in de gemeente in Ermelo. “U moet weten”, zei Van Bijleveld, “dat de Heilige Geest wereldwijd bezig is zijn kinderen te vertellen wat er binnenkort gaat gebeuren, zodat het u niet overvalt. Zodat u niet alsnog dingen in orde moet maken met de Here God en met andere mensen”. Hij riep zijn toehoorders op niet in paniek te raken “want Jezus leeft”.
Van Bijleveld, voorganger van de evangeliegemeente De Fontein in Vleuten, zei tijdens de dienst in Ermelo voorts te geloven dat de gemeente van Jezus Christus “spoedig, zeer spoedig” zal worden opgenomen. Hij adviseerde mensen hun huis te zuiveren van onreine en occulte spullen. In dat verband noemde hij “pornoboekjes onder het matras”. Zodat dergelijke spullen niet door achterblijvers worden gevonden. Er moet, zei hij, niets blijven liggen wat achterblijvers kunnen gebruiken “om de naam van de Here Jezus te belasteren”.
Van Bijleveld zegt dat hij zijn boodschap over een naderende hongersnood eind vorig jaar ontving en dat hij zich nu gedrongen weet er in het openbaar over te spreken. In zijn eigen gemeente in Vleuten en in andere gemeenten heeft hij er, naar eigen zeggen, al over gesproken.

Allen en velen

Gelezen op lechaim

Allen en velen

Het Nieuwe Testament is, in tegenstelling tot menig christen, niet bang van het woord ‘allen’.

Jezus zei: “en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.” (Joh. 12:32). Paulus schrijft aan de Romeinen: ‘ Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen.’ (Rom. 11:32) Hij schrijft aan de Corintiërs: ‘Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.’ (1 Cor. 15:22); en hij kijkt naar de finale totale triomf als God alles zal zijn in allen “…opdat God zij alles in allen” (1 Cor. 15:28). In de eerste brief aan Timoteüs lezen we van God: ‘die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen,’ en van Jezus: ‘die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen (1 Tim. 2:4-6).
Het omvattende woord ‘allen’ staat natuurlijk tegenover het beperkende en exclusieve ‘wij’.

Maar hoe zou God handelen met een volk dat onwillig is? Hoe gaat God om met onwilligen? Heeft God een karakter als een tiran of dictator? Is God niet veeleer een God, beter gezegd ‘de’ God van ontferming? Het machtsdenken van de wereld staat haaks op het ‘goede Vader’ zijn van God. De volkeren verkiezen een ‘stierkalf’ maar God verkoos een Lam te zijn (Exodus 32). De toorn van God is heel reëel, maar niet gericht op altijddurende verdelging, wel op een finaal heilvolle toekomst.
Denk even na hoe God met zijn volk, Israël – een hardnekkig onwillig volk – omgaat en wat heeft dit ons te zeggen.
Heel verrassend en boeiend is in dit verband het vers Romeinen 11: 15 “Want, indien hun (Israël) verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden”.
De verwerping van Israël is de verzoening niet van weinigen maar van ‘de wereld’! De verwerping van Israël is, jawel slechts tijdelijk, want er volgt ook ‘hun aanneming’. En dit fantastische heilsfeit, de aanneming van de verworpenen is niets minder dan ‘leven uit de dood’. Wat een wonder, wie gelooft….?

Categories: Bijbel, Bijbelstudie Tags:,

Creationisme

Ik kwam een site tegen boordevol filmpjes en documenten over het creationisme. (dat is de leer dat alles geschapen is, en er dus noodzakelijkerwijze een Schepper moet zijn.) Dit in tegenstelling tot de dwaze evolutietheorie, die beweert ondermeer dat de mens de aap als voorouder heeft, wat inderdaad niets meer dan een theorie is. Bovendien: de missing link is nooit gevonden, en zal ook niet gevonden worden, omdat die simpelweg niet bestaat.

http://www.arrivalofthefittest.com

Warm aanbevolen.

Alverzoening #3

Romeinen 5:12
Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde
de dood; en alzo is de dood tot alle mensen doorgegaan, in welke(=waaruit volgt dat) allen gezondigd hebben.
13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over hen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid van de overtreding van Adam, die een voorbeeld is van Hem, Die komen zou.
15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift. Want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.
16 En niet, gelijk de schuld was door de één, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit één misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.
17 Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door die éne, veel meer zullen zij, die de overvloed van de genade en van de gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door die Ene, namelijk Jezus Christus.
18 Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, alzo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.
19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van die éne mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Een velen tot rechtvaardigen gesteld worden.

De volzin van Rom. 5:12 is niet af. “Gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, waaruit volgt dat allen gezondigd hebben….” Paulus valt hier, zoals hij zo vaker doet, zich zelf in de rede, om nader toe te lichten, dat onze dood niet het gevolg is van onze zonde, maar van Adams zonde. Het is, of hij vooruit zag, dat de mensen vers 12 verkeerd zouden vertalen, en daarom direkt uit het voorbeeld van de mensen tussen Adam en Mozes wilde aantonen, dat onze dood het gevolg is van Adams zonde. Wanneer Paulus vers 12 voltooid had, dan zou hij hebben geschreven: “Alzo ook komt door één Mens de gerechtigheid in de wereld en door de gerechtigheid het leven, en alzo gaat het leven tot alle mensen door, waaruit volgt dat allen dan rechtvaardig leven.”
Zeg nu niet, dat ik er maar een draai aan geef, want Paulus zegt bijna letterlijk hetzelfde in vers 18 en 19. Omdat het hier een zaak betreft van zo groot belang, geef ik hier die twee verzen in het Grieks, met de letterlijke vertaling er onder, en ik geef ze in twee kolommen, om alles naast elkaar te hebben.

Ara oun

bijgevolg dan

hoos

 

houtoos kai

zoals

 

alzo ook

di henos paraptoomatos

 

di henos dikaioomatos

door één misdaad

 

door één rechtvaardigheid

eis pantos anthroopous

 

eis pantos anthroopous

tot alle mensen

 

tot alle mensen

eis katakrima

 

eis dikaioosin zoos

tot veroordeling

 

tot rechtvaardiging van leven

hoosper gar

 

houtoos kai

evenals want

 

alzo ook

dia ts parakos

 

dia ts hupakos

door de ongehoorzaamheid

 

door de gehoorzaamheid

tou henos anthroopou

 

tou henos

van de éne mens

 

van den éne

hamartoloi

 

dikaioi

zondaren

 

rechtvaardigen

katestathsan

 

katastathsonta

zijn gesteld geworden

 

zullen gesteld worden

hoi polloi

 

hoi polloi

de velen

 

de velen

De lezer ziet bij vergelijking met de Statenvertaling, dat deze in vers 18 geprobeerd heeft, de volzinnen af te maken, die Paulus niet afgemaakt heeft. Paulus zet kortaf naast elkaar de ene misdaad en de ene rechtvaardigheid, de veroordeling en de rechtvaardiging; de vertaling vertelt — naar de Schrift — dat de genade over alle mensen komt, en — tegen de Schrift — dat de schuld van Adams misdaad over alle mensen gekomen is. Dat is niet naar de Schrift; de Schrift leert niet, dat de ene mens de schuld van de ander draagt: “De zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons.” (Ezech. 18:26.) De gevolgen der zonde van een ander kunnen wij dragen; God bezoekt de misdaad tot in het derde en vierde geslacht, maar God legt de schuld van de een niet op de ander; daarvoor is schuld een veel te ernstig ding. In het 16e vers hoort het woord schuld ook niet te staan; de eerste keer staat het cursief, en ontbreekt dus in het Grieks; de tweede keer staat er in het Grieks niet aitia: schuld, maar krisis: oordeel.
De lezer ziet ook, dat in het 19e vers de vertaling geheel gelijk is aan het Grieks, behalve dat het woordje de voor velen weggelaten is. En dat is jammer, want dat heeft tot een verkeerde opvatting geleid.
Het woordje de is aanwijzend; het laat zien, dat met: de velen, mensen worden bedoeld, die reeds genoemd zijn. De velen van vers 15 zijn de alle mensen van vers 12; de velen van vers 19 zijn de alle mensen van vers 18. Vertaalt men niet de velen, maar velen, dan kan het eerste velen van vers 19 wel meer mensen omvatten dan het tweede, zoals dan ook de gebruikelijke opvatting is: allen, die in Adam zijn, zijn zondaren; allen, die in Christus zijn (een veel kleiner aantal) worden gerechtvaardigd. Maar vertaalt men: de velen, zoals er staat, dan is deze redenering niet meer houdbaar; dan zijn de eerste “de velen” dezelfden als de laatste “de velen.”
Luther vertaalt evenals de Statenvertaling velen. Sommige van de nieuwe vertalingen hebben: de velen; Voorhoeve, Menge en Elberfeld. Van Tichelen vertaalt: allen; de Leidse vertaling: die menigte mensen; Tekst en Uitleg: de talloos velen, en de nieuwe vertaling van het NBG talloos velen. De laatste vier zijn vrije en daardoor onjuiste vertalingen. De enige werkelijke vertaling van hoi polloi is: de velen.
En we lezen dus in vers 19: “Want evenals door de ongehoorzaamheid (het eten van de verboden vrucht) van de éne mens (Adam) de velen (alle mensen; zie vers 18 en vers 12) tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo ook zullen door de gehoorzaamheid (de dood des kruises, Fil. 2:8 ) van de Ene (Christus) de velen (alle mensen, zie vers 18 en vers 12) tot rechtvaardigen gesteld worden.
Durft u het niet aan, lezer? Durft u niet te geloven, wat God zegt door Zijn apostel Paulus? Dat komt, omdat de gedachte van de eindeloze verdoemenis ons in de weg zit. Wanneer we geloven, wat de Schrift zegt, dan weten we, dat wie in Christus zijn, niet geoordeeld worden; dat wie niet in Christus zijn, voor de grote witte troon geoordeeld worden naar hun werken; (Openb. 20; Rom. 2.) dat wie het kwade gedaan hebben, verbolgenheid en toorn, verdrukking en benauwdheid zullen ondervinden. Hoe lang dat oordeel duurt, zegt de Schrift niet, maar ze zegt wél, dat het niet eindeloos is, want het oordeel wordt gevolgd door de tweede dood, en die tweede dood wordt te niet gedaan, en dan geeft Christus het koninkrijk over aan den Vader, opdat God zij alles in allen.
Er zijn geen mensen, die door de ongehoorzaamheid van Adam tot zondaars gesteld geworden zijn, of ze zullen ook door de gehoorzaamheid van Christus tot rechtvaardigen gesteld worden. Dát is de boodschap van Romeinen 5:12-19. Die in Hem geloven, nu al; die niet in Hem geloven, aan het einde der eeuwen, na het oordeel.

Alverzoening#2

(naar lukkien)

Dat God tenslotte aan het einde der eeuwen alle mensen, ja alles wat Hij geschapen heeft, door Christus tot Zichzelf zal verzoenen, staat zó duidelijk in de Schrift, dat het eigenlijk niet nodig zou moeten zijn erover te spreken. God heeft gezegd dat Hij het doen wil, en Hij heeft gezegd dat Hij het doen zal.
In 1 Tim. 2:3,4 lezen we: “Want dat is goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker, welke wil, dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.” Concordant vertaald klinkt het zo: “God, onze Redder, die wil, dat alle mensen gered worden en tot erkentenis der waarheid komen.” Daar staat het duidelijk: God wil de redding van alle mensen.
Zeg nu niet: God zou het wel willen, want dat staat er niet. De apostel gebruikt hier het woord theloo, willen. In het 8e vers: “Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen,” gebruikt bij het werkwoord boulomai, en dat is een willen, waarvan de uitvoering afhankelijk is van de wil van een ander. Bijv. in Hand. 25:22, waar koning Agrippa zegt: “Ik wilde ook zelf die mens wel horen,” en Festus antwoordt: “Morgen zult gij hem horen.” Of in 2 Kor. 1:15, waar Paulus zegt: “Op dit betrouwen wilde ik te voren tot u komen,” terwijl uit het vervolg blijkt, dat de omstandigheden zijn komst hebben vertraagd. Of in Film. :13, waar Paulus Onesimus wel bij zich wil houden, maar daarvoor de toestemming van Filemon nodig heeft. Dat willen is boulomai, maar waar in 1 Tim. 2:4 staat, dat God wil, daar is het theloo. Dat willen hebben we ook in Matth. 8:3: “Ik wil, word gereinigd.” of in 1 Kor. 12:18: “God heeft de leden gezet, elk van hen in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.” Dat is een willen, onafhankelijk van de wil van een ander, een soeverein willen, waartegen geen schepsel zich verzetten kan. En met dat willen wil God, dat alle mensen gered worden.
Wellicht zegt u: “Ja, God wil, dat alle mensen gered worden, maar de mensen willen niet.” Bedoelt u daarmee te zeggen, dat God niet kan, als de mens niet wil? Is de wil van de mens sterker dan de wil van de Almachtige, moet Zijn wil het afleggen tegen die van de mens?
Paulus wilde ook niet gered worden op de weg naar Damaskus, maar God wilde het en toen gebeurde het. En wanneer God wil, dat alle mensen gered worden, dan zal dat ook gebeuren. Op zijn tijd, en die tijd heeft Hij ons ook bekend gemaakt. Maar daarover straks.
Paulus vervolgt in 1 Tim. 2:5,6: “Daar is één God, daar is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus, die Zich zelf gegeven heeft tot een rantsoen voor allen.” Daar wijst de apostel ons de weg aan, waarlangs God het bereikt, dat alle mensen gered worden: het is door den Middelaar, die Zich zelf geeft tot een rantsoen voor allen. “Tot een rantsoen voor velen,” zegt Matth. 20:28. De Zoon des mensen gaf Zijn ziel tot een rantsoen voor velen. De Zoon des mensen, zo heet Christus in de Evangeliën wel honderd maal, één keer in Handelingen, (7:56.) en twee keer in Openbaring. (1:13; 14:14.) Christus heet zo, als Hij optreedt onder Israel, en dan geeft Hij Zijn ziel tot een rantsoen voor velen. Maar Paulus, die Hem nooit Zoon des mensen noemt, kan verder gaan dan de Heer in de Evangeliën deed, en hij kan ons zeggen, dat de Middelaar van God en de mensen, Zichzelf gaf tot een rantsoen voor allen.
In 1 Tim. 4:10 vertelt Paulus nog eens, dat God de Redder is van alle mensen. De vertaling is daar niet concordant. Het Griekse woord sooter vertaalt ze twee en twintig maal door Zaligmaker, en twee keer door Behouder, hier en in Ef. 5:23. Waarom in deze twee teksten ook niet door Zaligmaker? Dan zou het nog veel duidelijker blijken, dat God de Zaligmaker is van alle mensen. Ik vertaal liever: de Redder. Bij het woord Zaligmaker denken we aan gelukkig maken, en al is het zeker waar, dat Hij ons gelukkig maakt, toch is dat niet de betekenis van het woord sooter. Dat betekent redder, en Paulus verzekert ons, dat God de Redder is van alle mensen. In Paulus’ dagen wilden de mensen dat ook al niet horen. Paulus werd gesmaad, omdat hij hoopte op de levende God, die de Redder van alle mensen is. En wie in onze dagen zijn hoop deelt, loopt ook het risico, door de gelovigen gesmaad te worden. Toch blijft Paulus vasthouden aan zijn hoop op den levende God, die de Redder is van alle mensen, en hij vermaant Timotheüs: “Beveel deze dingen en leer ze.”
We weten dus, wat Gods wil is: Hij wil, dat alle mensen gered worden; daartoe gaf Christus Zichzelf tot een rantsoen voor allen, en zo wordt God de Redder van alle mensen. Bovendien zegt God ons op verschillende plaatsen, dat Zijn wil in deze volbracht zal worden; dat Hij de wereld tot Zichzelf zal verzoenen.
Kol. 1:13-20 (met enkele weglatingen): “Die het beeld is van de onzichtbare God, de eerstgeborene van alle schepsel, want in Hem is het heelal geschapen, in de hemelen en op de ……… het heelal is door Hem en tot Hem geschapen…. want het behaagt de gehele Volheid in Hem te wonen en door Hem het heelal te verzoenen tot Zichzelf (vrede makend door het bloed van Zijn kruis) door Hem hetzij op de aarde, hetzij in de hemelen.”
Ik vertaal hier: het heelal. Er staat in het Grieks: ta panta, het alles, of eigenlijk in het meervoud: de allessen. Onze vertaling heeft daar: alle dingen, en daarbij zou men aan voorwerpen kunnen denken; daarom laat ik die dingen liever weg en spreek over het al, het heelal, al het geschapene. Welnu, volgens vers 16 is het heelal in Christus en door Hem en tot Hem geschapen; volgens vers 20 verzoent de Volheid door Hem het heelal tot Zich. Hemelen en aarde door Christus geschapen — wie van ons twijfelt daaraan? Aarde en hemelen door Christus tot God verzoend — zullen we dan daaraan twijfelen? Als het één alles is, dan ook het andere, want de Heilige Geest gebruikt in beide gevallen hetzelfde woord ta panta, alle dingen, de allessen, het gehele al, het heelal.
Daar komt nog bij, dat de Geest hier voor verzoenen het woord apokatallassoo gebruikt, alverzoenen, wederzijds verzoenen, net zoals in het 21e vers, waar de Kolossensen met God verzoend zijn, en in Ef. 2:16, waar de gelovigen uit de Joden en uit de heidenen in één lichaam verzoend zijn door het kruis. Wederzijdse verzoening dus van God en het heelal door Christus, dat leert ons Kol. 1:13-20.
De Efeze brief spreekt ook over de alverzoening. In hoofdstuk 1:9 en 10 zegt Paulus, dat God ons bekend maakt “de verborgenheid van Zijn wil naar Zijn welbehagen, dat Hij voorgenomen had in Zich zelf, om in de bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel en dat op de aarde is.” Laten we dat nauwkeuriger lezen. Er staat: “om in de bedeling van de volheid der tijden het heelal onder één hoofd te plaatsen in Christus, zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is.” Christus het hoofd van hemel en aarde, dat was een verborgenheid van Gods wil, die soevereine wil, die slechts te willen heeft en het gebeurt, en God heeft ons die verborgenheid in de rijkdom van Zijn genade bekend gemaakt. Zo zegt Paulus het in de brief aan de Efeziërs.
En in de Korinthe brief legt hij het ten slotte helemaal uit. “Gelijk zij allen in Adam sterven, zo zullen zij ook allen in Christus levend gemaakt worden.” (1 Kor. 15:22.) Dat in Adam alle mensen sterven, dat is bekend genoeg. Welnu, zo zullen in Christus alle mensen levend gemaakt worden. Op dezelfde wijze. Gelijk — zo ook. Dat allen in Adam sterven, dat is buiten hun toedoen, dat heeft God zo gewild; dat allen in Christus levend gemaakt worden, dat is eveneens buiten hun toedoen, dat heeft God ook zo gewild.
Ze zullen levend gemaakt worden; dat zegt meer, dan dat ze zullen opstaan. Wie opgestaan is, kan nog weer sterven, zoals Lazarus van Bethanië, en zoals ook de velen, die levend geoordeeld worden vóór de witte troon en daarna weer sterven in de tweede dood. (Op. 20.) Wie levend gemaakt wordt, sterft niet meer. Christus is bij Zijn opstanding onsterfelijk geworden. (Rom. 6:9.) De Zijnen worden eveneens onsterfelijk bij hun opstanding. (1 Kor. 15:51-55.)
Dat onsterfelijk worden gebeurt in drie fasen. De eersteling Christus — dat is al gebeurd. Daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst, dat zal geschieden op het einde van deze bedeling. En daarna komt het einde, waarin alle overigen levend worden gemaakt. En zeg nu niet, dat ze levend worden gemaakt, opdat ze eindeloos zouden worden gemarteld, want het vervolg van de tekst zegt het tegendeel: het is, opdat God ook in hen alles zou zijn. (vers 28.)
En nu weten we dus ook, op welke tijd God hen levend zal maken; het zal zijn, wanneer Christus afstand doet van de regering. Gedurende de duizend jaren regeert Christus; op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel ook. Maar dan komt het ogenblik, dat de laatste vijand, de tweede dood, teniet wordt gedaan, en allen, die nog in zijn macht waren, bevrijd worden, en dan geeft Christus de heerschappij over aan de Vader, opdat God zij alles in allen.
Spreek dus niet van een vernieuwde aanbieding tot bekering na de dood of van een langzame maar zekere vooruitgang en een geleidelijke verbetering van de mens; dat zijn menselijke verzinsels, die we in de Schrift niet vinden. Volgens de Schrift worden zij, die in Christus gestorven zijn, levend gemaakt bij Zijn komst, om dan voor altijd bij Hem te zijn. Volgens de Schrift blijven zij, die niet in Christus zijn, in de dood tot aan het oordeel van de witte troon, waar ze vergelding ontvangen naar hun werken, waarna ze in den tweede dood zijn tot aan de voleinding der eeuwen. Volgens de Schrift worden dan ook zij levend, onsterfelijk gemaakt, zodat God alles in allen zal zijn. Het is dus eenvoudig een daad van Gods soevereine wil, waardoor Hij ook hen levend maakt en tot Zich verzoent door Christus. Maar dat Hij ons gegeven heeft, nu reeds in Hem te geloven, was dat niet ook een daad van Zijn soevereine wil? Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt die Hij wil. (Rom. 9:16-18.) En over wie Hij in deze tijd verhardt, zal Hij aan het einde der eeuwen Zich ontfermen. Want Hij plaagt en bedroeft de mensen kinderen niet van harte. (Klaagl. 3:31-33.)
En zo blijkt het waar te zijn, wat Paulus in Rom. 5:19 zegt: “Gelijk door de ongehoorzaamheid van die ene mens (Adam) de velen (dat zijn volgens vers 18 alle mensen) tot zondaren gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene (Christus) de velen (dat zijn volgens vers 18 alle mensen) tot rechtvaardigen gesteld worden.”
Gesteld: God doet het. Hij stelde in Adam allen tot zondaren; Hij zal in Christus allen tot rechtvaardigen stellen. Degenen, over wie Hij Zich ontfermt, nu reeds; degenen, die Hij verhardt, aan het einde der eeuwen. En zo bereikt God in den loop der eeuwen Zijn doel, dat Hij Zich in Zijn plan der eeuwen heeft voorgesteld: dat Hij in allen alles zal zijn.
God zegt ons, dat Hij het doen wil; Hij zegt ons, dat Hij het doen zal. Zullen we Hem tegenspreken en zeggen, dat het grootste deel van Zijn schepselen eindeloos zal branden in het eeuwige vuur? Ik weet wel, dat het ons moeite kost, van de overgeleverde meningen af te komen; we hebben ze immers van kind af geleerd. Na meer dan zestig jaren weet ik nog letterlijk, wat ik leren moest in Borstius’ Korte Vragen voor Kleine Kinderen, een boekje, dat naar ik hoor, ook nu nog gebruikt wordt: “Wie heeft de hel gemaakt? God de Heer. Voor wie? Voor de kwade kinderen en alle goddeloze mensen. Wat doen zij daar? Zij branden in het eeuwige vuur.” Zo leren de mensen het aan hun kleine kinderen. De Schrift zegt, dat God in al Zijn schepselen alles wil zijn, dat Hij allen levend wil maken, dat Hij allen tot rechtvaardigen wil stellen, dat Hij het heelal tot Zichzelf zal verzoenen in Christus, dat Hij allen onder de ongehoorzaamheid heeft besloten, opdat Hij allen barmhartig zou zijn. (Rom. 11:32.) Kunnen wij niet beter de Schrift geloven dan de mensen?
De Schrift spreekt over het eeuwige vuur, het eeuwige verderf, de eeuwige pijn; de Schrift belooft het eeuwige leven alleen aan wie in Christus geloven. Dat is geenszins strijd met wat de Schrift ons zegt van Alverzoening. Eeuwig betekent immers niet eindeloos, het is eeuws, het is gedurende de eeuw of de eeuwen. De gelovige leeft gedurende de toekomende eeuwen; de ongelovige is dood en staat gedurende die eeuwen alleen op om zijn oordeel te ontvangen in het eeuwse vuur, de eeuwse pijn, het eeuwse verderf. Merkwaardig, dat in Matth. 25:46 voor pijn in het Grieks kolasis staat, d.w.z. tuchtiging, en niet basanos, pijniging. Het is de tuchtiging van de toekomende eeuw. Wanneer we geloven, dat de eeuwen een tijdelijke duur hebben met een begin en een voleinding, dan kunnen we ook verstaan, dat het oordeel in die eeuwen plaats vindt, en dat aan het einde der eeuwen God ook Zijn laatste vijanden met Zich zal verzoenen.
Want Christus is het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Er staat niet: de zonde van de gelovigen. Er staat ook niet: probeert weg te nemen. Er staat: die de zonde der wereld wegneemt.

Eens gered, altijd gered en andere hete hangijzers

Onderstaand artikel kwam ik tegen op mijn harde schijf, die al redelijk vol staat met documentjes over de Bijbel. Omdat ik het een goed artikel vind, post ik het maar.

Schrijver is mij helaas onbekend.

Eens gered, altijd gered

Ongelooflijk….dat je er niets voor hoeft te doen…?

Om eeuwig leven te krijgen moet je 1 ding doen. Geloven in Jezus en Zijn offer voor onze zonden. Maar dan…? Als je eenmaal gered bent, kun of moet je dan iets doen om te zorgen dat je het niet kwijt raakt? Of zijn we, populair gezegd, eens gered altijd gered?

God redt ons
Uit de bijbel blijkt dat niet wij onszelf, maar dat God ons redt. Het is Zijn wens, op Zijn manier. God heeft Zijn reddingsactie ook niet beperkt tot een speciaal voorgeselecteerd groepje of mensen die er per ongeluk mee zijn opgegroeid.

1 Johannes 2:2
Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.

Het is ook wonderlijk om te ontdekken dat God niet pas van ons houdt als we niet meer zondigen, sterker nog, Hij hield zelfs al van ons toen we nog helemaal niet bij Hem hoorden.

Romeinen 5:8
Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.

Identiteit
Toch komt ondanks dat complete reddingsplan niet iedereen in de hemel, simpelweg omdat een aantal mensen ‘nee’ zegt tegen Jezus als Zoon van God of Zijn offer voor hun zonden. Er zijn dus 2 mogelijke reacties en ook 2 soorten gevolgen.[Noot:hier denk ik toch veel genuanceerder over. God wil dat allen gered worden en tot kennis der waarheid komen (1 Timotheus 2:3 en 4). Ook leert Paulus dat God een Redder is van ALLE mensen (1 Timotheus 4:10).  Vergelijk ook Spreuken 16:9. Wiens wil is sterker denkt U? Dit is een onderwerp op zich. Voor wie daar meer over wil lezen, verwijs ik voor nu naar het boek "Zullen miljarden mensen voor eeuwig (altijd) verloren gaan?". Dit boek kun je lezen als je aan de rechterkant van dit scherm bovenaan bij de blogroll op de titel van het boek klikt, en is ook te downloaden in .doc formaat]

Varkens keren terug naar hun modder, zegt de bijbel. Was varken, blijft varken. Maar wie in Jezus gelooft, verandert voorgoed van identiteit. Niet langer ‘varken’, maar kind van God!

1 Johannes 3:1
Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook.

Zondaar?
Je kunt die nieuwe schepping niet voor zondaar uitmaken. Bega je nog zonde? Ja. Maar ben je een zondaar? Nee! We zijn nu kinderen. We (er)kennen die oude zondige mens niet meer als ‘rechtsgeldig’ persoon.

2 Corinthiers 5:16
Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. 17 Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. 18 Dit alles is het werk van God.

Onze identiteit is nu net als die van Zoon (dus kind!) Jezus, hemelburger. Dat is Gods unieke werk! Wat gebeurt er als je dan nu of morgen nog zonde begaat? Als kind heb je een broer advocaat:

1 Johannes 2:1
Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.

Rechtvaardig verklaard
Voor de mens is die ‘te mooi om waar te zijn’ redding van God soms onbegrijpelijk. Het lijkt te makkelijk. Logisch, want als we nuchter naar onszelf kijken, komen we tot de conclusie dat wij of anderen het niet hebben verdiend. Als je dat herkent, dan wordt het erg interessant om het bijbelwoord ‘rechtvaardig’ goed te begrijpen. Dat heeft niets met ‘eerlijk’ of ‘verdienen’ te maken:

Romeinen 4:5
Maar iemand zonder verdienste, die echter vertrouwt op hem die de schuldige vrijspreekt, wordt vanwege zijn vertrouwen rechtvaardig verklaard.

Als je rechtvaardig omdraait, krijg je ‘vaardig zijn voor het recht’. Klaar voor rechtspraak dus. Klaar om voor God te verschijnen. Nu zijn er volgens de bijbel twee soorten rechtvaardigheid.
Zelfrechtvaardigheid en Gods rechtvaardigheid. Gods rechtvaardigheid is niet eerlijk of redelijk, maar uit genade. Genade betekent onverdiend maar toch gekregen, vanwege Gods liefde.

Efeziërs 2:8
Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God

Toch gebeurt er niets onrechtmatigs als God ons dat geschenk geeft. Het kan in onze ogen wel niet ‘eerlijk’ zijn, maar tegenover Jezus is het wel eerlijk.
Hij wil graag dat wij vrijgesproken worden en daarom droeg Hij al onze zonden en al de straf die daarbij hoort. De zonden van heel ons leven zijn door Jezus aan het kruis compleet weggenomen tussen ons en God!

Johannes 1:29
De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.

Als je dit gelooft, dan geloof je in Gods rechtvaardigheid. Als je denkt dat je zelf nog iets moet of kunt doen, dan kom je in zelfrechtvaardigheid. Menselijk gezien redelijk, maar het is de moeder van alle zonde.
Je zegt dan eigenlijk dat wat Jezus heeft gedaan, niet genoeg is voor jou. Dan ben je juist niet klaar om voor God te verschijnen.
Het goede nieuws (Evangelie) is dat God jou op basis van jouw geloof in het perfecte werk van Jezus onomkeerbaar rechtvaardig verklaart. Je raakt dat niet kwijt als je later weer eens onhandig bezig bent.

2 Timotheus 2:13
als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet.

Huh? God Zichzelf verloochenen? Waarom zou God dat doen als Hij terugkwam op Zijn gift?

Contract
God is een God van afspraken. Hij doet wat Hij belooft. Nu hebben wij soms wat moeite om dat te geloven en daarom sloot God een verbond met ons. Dat is een soort contract, maar dan beter.
Om te kijken hoe dat nu werkt, verwijst de bijbel naar het verbond wat God met Abraham sloot. Je kunt dat in Genesis 15 lezen. Het mooie is dat Abraham ligt te pitten als God het verbond sluit. Zo werd het een eenzijdig contract. Jezus nam daar de plaats van Abraham al in. En dat is maar goed ook, want als je je verbond (contract met afspraken) met God niet nakwam, dan moest je dood.
Jezus stierf later dus ook voor Abraham! Nu is dat eenzijdige verbond model voor wat God afspreekt met mensen die in Jezus geloven. De afspraak in het contract, wat jij dus niet kan breken omdat je er geen deel aan hebt is ‘Ik red jou ondanks dat je het niet verdiend hebt’.
Dat zweert God zelfs en daar bovenop doet Hij een eed. Met als gevolg:

Hebreeën 6:18
Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. 19 Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, 20 waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig

God ziet jou heilig
Wat heb je eraan te weten dat Jezus hogepriester is? Veel! God keek en kijkt naar de ‘status’ van de hogepriester, om te bepalen of het volk heilig verklaard (en gezegend!) kan worden. Wij hebben de perfecte hogepriester!
Als God wil bepalen of jij heilig genoeg bent, kijkt Hij niet naar jouw leven, maar naar Jezus. Waarom? Die nam jouw plek in, in het contract. Hij stierf in jouw plaats. En VLEKKELOOS stond Hij op uit de dood en werd voor eeuwig (dus ook tijdens heel jouw leven) hogepriester! Yes!!

Grote ja-maars
Er zijn best wat tegenwerpingen te vinden tegen ‘eens gered, altijd gered’.

Hebreeën 10:26 Wanneer we willens en wetens blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk

Als je dit goed bestudeert, dan gaat het over Joden die niet op Jezus’ offer wilde vertrouwen en terug gingen naar de wet, inclusief het BLOED VAN DIEREN laten vloeien voor hun fouten. Na Jezus was dieren slachten zonde geworden! Daarom staat er iets verderop:

Hebreeën 10:29
Hoeveel zwaarder zal dan de straf niet zijn, denkt u, voor wie de Zoon van God vertrapt, het bloed van het verbond ontheiligt – terwijl hij erdoor geheiligd is – en de Geest van de genade veracht?

Zo zijn er meer teksten die wat uitleg nodig hebben. Je behoudenis bewerken. Daarmee zegt Paulus net zoals je hout bewerkt: Maak er iets moois van! En Ananias en Safira waren geen Christen. In Handelingen, als het over een christen gaat, staat er ‘een zekere discipel genaamd…’. En als het over een ongelovige –zoals Ananias- gaat staat er ‘Een zekere man genaamd…’.

Geloven in Jezus

Gelukkig wordt of het wel goed zit tussen jou en God niet bepaald door de balans tussen Gods genade en jouw zonde. Genade is veel groter dan zonde. Genade is zonde-verdelger. Nooit andersom. Net voorbij het overbekende Johannes 3:16 staat er:

Johannes 3:36
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Dit gehoorzamen bestaat dus niet uit zo goed mogelijk leven als terugbetaling voor wat Jezus heeft gedaan. Dat gehoorzamen is simpelweg erkennen dat jij niets (goed of verkeerd) kunt doen voor je redding, dan geloven in de volmaaktheid van Jezus en wat Hij heeft gedaan.
Door dat te geloven en erop te vertrouwen, verandert je hart en verdwijnt zonde uit je leven.

Eens gegeven blijft gegeven. Zo wil God het. Goedkoop? Nee. Het kostte Jezus Zijn leven.

Extra teksten uit Johannes

5:24 Het is zoals Ik zeg: Wie naar mijn woorden luistert en gelooft in Hem
Die Mij gestuurd heeft, heeft eeuwig leven. Zo iemand wordt niet
veroordeeld, maar is overgeplaatst uit de dood in het leven.

6:40 Mijn Vader wil dat ieder die inziet wie Zijn Zoon is en op Hem
vertrouwt, eeuwig leven heeft.

Eens gered, altijd gered, ja maar….

Kun je je redding verliezen?

Hebreeën teksten
Zonde tegen de Heilige Geest
Ananias en Saffira
Bewerken behoudenis
Zonde belijden
Jezus verloochenen
Christenen die alleen met wonderen bezig zijn
Eeuwig leven begint pas na dit leven
Voorbeelden uit de praktijk
De 5 dwaze maagden
Onze vrije wil
Je moet wel blijven geloven

Bovenstaand lijstje zijn de titels van veelbesproken argumenten in de discussie of een gelovige zijn/haar redding kan verliezen of niet.

Romeinen 8:38
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Een gewaagde uitspraak van Paulus als je weet dat hij in de hoofdstukken ervoor heeft uitgelegd dat de enige oorzaak van de dood, de zonde van de zwakke (oude) mens is.

Romeinen 6:23
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

Paulus had een sterke overtuiging dat Gods genade groter was dan de zonde (= dood) van de mens en dat zelfs onze zonden ons niet kunnen scheiden van Gods liefde.
Maar het betreft dus wel een persoonlijke overtuiging. Wij mogen die vormen op basis van Gods woord en met behulp van Zijn Geest. Hieronder een bespreking van discussiepunten.

Hebreeën teksten

De Hebreeënbrief neemt in de bijbel een unieke plaats in. Dat komt omdat deze brief aan een unieke groep geschreven is; de Hebreeën. Joden dus. Deze Joden worstelden enorm met het loslaten van de wet, omdat ze dachten gered te worden door die te houden (Dat is zelfrechtvaardiging).
De brief heeft tot doel om uit te leggen dat de offerdienst en alle gebruiken slechts een voorafspiegeling waren van datgene wat Jezus kwam doen en dat ze altijd al alleen door geloof daarin gered konden worden.
Met de komst, het kruis en het bloed van Jezus, is het oude verbond niet alleen opgeheven, het zou een belediging zijn om door te gaan. Want wie vasthoudt aan de wet, moet ook dieren slachten. En het laten vloeien van bloed van dieren, voor je zonden, terwijl Jezus’ bloed er is, is een grove belediging van God.
De vroegere gebruiken waren dus zonde geworden, omdat ze Jezus negeren, terwijl ze bedoeld waren om naar Jezus te verwijzen. Lees met dit in gedachten de twee meest gebruikte teksten in argumentatie dat je je redding zou kunnen verliezen:

Hebreeën 6:1
We willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over het zich afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God (dus; daden versus geloof)

Hebreeën 6:4
Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt. (geproefd is niet doorgeslikt, ervaren hadden de farizeeërs ook, volgens Jezus)

In hoofdstuk 10 komt de schrijver er op terug en dan wordt het nog duidelijker:

Hebreeën 10:26
Wanneer we willens en wetens blijven zondigen (zelfrechtvaardiging) nadat we de waarheid (Jezus!) hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk

Zondigen is hier dus verkeerd offeren, dat gaat tegen het nieuwe verbond in; Jezus bloed:

Hebreeën 10:29
Hoeveel zwaarder zal dan de straf niet zijn, denkt u, voor wie de Zoon van God vertrapt, het bloed van het verbond ontheiligt – terwijl hij erdoor geheiligd is – en de Geest van de genade veracht? (redding zonder werken afwijzen is de Geest der genade verachten)

Tot geloof gekomen heidenen slach(t)ten sowieso geen dieren, vandaar dat Paulus dit ook nooit noemt in zijn brieven aan ‘heidense’ kerken. Christenen begaan ondanks dat ze dat niet willen nog wel zonde vanuit zwakheden, daar geeft de Hebreeënbrief ook antwoord op in Hebreeën 4:14-16

 

Zonde tegen de Heilige Geest

Mensen kunnen de zonde tegen de Heilige Geest begaan. Er zijn allerlei theorieën wat dit dan zou zijn. Een aantal hiervan komt verderop langs. Opvallend dat de H.G. als deze theorieën niet duidelijk bevestigd in de harten van gelovigen en dat het vaag gebied blijft.
Laten we het nu eens omdraaien. Wij kunnen die zonde wel begaan, maar de Geest Zelf is toch Degene die ons overtuigt wat we dan precies verkeerd doen?

Johannes 16:8
Als mijn Plaatsvervanger komt, zal Hij de mensen in de wereld overtuigen van zonde, rechtvaardigheid en oordeel. 9 Van zonde omdat zij weigeren in Mij te geloven.

Wij kunnen tegen de Geest ingaan. De Geest maakt Jezus bekend. De zonde tegen de Heilige Geest is dus: weigeren te geloven in waar de Geest van getuigt: Jezus.
Een Christen kan die zonde dus niet begaan. Vandaar dat Paulus er in zijn brieven aan de kerken nooit duidelijk voor waarschuwt of –behalve in Hebreeen- waarschuwt tegen gedrag waardoor je je redding verliest. Hij beschrijft wel een ander uiterste.
Ondanks dat de man vanwege ernstige zonde uit de kerk moest worden gezet, toch redding:

1 Korintiers 5:5
moet u die persoon aan Satan uitleveren. Dan gaat zijn huidige bestaan verloren, opdat hij zal worden gered op de dag van de Heer.

 

Ananias en Saffira

Omdat ze liegen, vallen zowel ananas als safira dood neer. Petrus omschrijft de oorzaak zo:

Handelingen 5:3
Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden?

Kun je zo makkelijk je redding verliezen of was daar meer aan de hand? Let op, hoe Ananias wordt aangekondigd:

SVV: En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have;

Een zeker MAN. Nu is er ook nog een andere Ananias:

Handelingen 9:10
En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere!

Ananias? Zelfde naam, ander persoon. Deze was een christen en wordt aangekondigd als…discipel.
(Hij was degene die Paulus de handen oplegde zodat hij zijn ogen weer kon gebruiken.)

Zo zie je door het hele boek handelingen consequent een niet-christen aangekondigd worden met een zeker man of mens, terwijl gelovigen duidelijk als discipel of discipelin worden aangekondigd. En soms begint het als mens en eindigt het als discipel.

Zie ook: Handelingen 8:9, Handelingen 9:10, Handelingen 9:32, Handelingen 9:36, Handelingen 14:8, Handelingen 16:1
Ja, maar Ananias en Saffira waren toch bij de kerk? Ze kwamen toch geld geven? Bij de kerk horen betekent niet dat je Christen bent en mensen die geld offeren, kunnen dat wel eens doen om er later zelf meer aan over te houden. Een verkeerd offer bestaat bijbels gezien:

Spreuken 21:27
Het offer van de goddelozen is een gruwel, vooral als de bedoeling slecht is.

 

Bewerken behoudenis

Op basis van 1 tekst zeggen veel mensen; je moet wel voor je behoudenis werken. Behalve dat het één tekst is, staat dat er niet:

Filipenzen 2:12
Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven,
13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

Er staat behoudenis BEwerken. Net zoals je hout kunt bewerken, waardoor het een mooie vorm krijgt. Uitwerken zou ook een goede beschrijving zijn.
Zorgen dat het feit dat je behouden bent doorwerkt en uitwerkt in alle gebieden van je leven, waardoor het een mooi bewerkt getuigenis wordt.

Vreze en beven is dan ook niet negatief zoals onze taal doet vermoeden. Het komt vaker in de bijbel voor in de zin van diep onder de indruk zijn van Gods enorme goedheid en macht. (zie bijv. Marcus 5:33, Jeremia 33:9)

 

Zonde belijden

Er zijn mensen die zeggen dat de voorwaarde om behouden te blijven ‘zonde belijden’ is. Deze mening is gebaseerd op:

1 Johannes 1:9
Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.

Behalve dat deze oproep verder nergens staat, wordt de tekst niet goed uitgelegd. Om de tekst goed te begrijpen moeten we kijken aan welke doelgroep de tekst geschreven is. Dat blijkt uit het vers ervoor en het vers erna. 1 Joh 1:9 is ingesloten tussen twee oproepen aan Ongelovigen!

8 Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
10 Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.

1 Johannes 5:10
legt iets specifieker uit wat het tot leugenaar maken precies inhoudt;
Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft.

Het gaat opnieuw over GELOOF in de ZOON.

In 1 Joh. 1:9
worden mensen opgeroepen om te erkennen dat zondaar zijn. In vers 11 worden mensen die wel zonde erkennen maar beweren er zelf geen deel aan te hebben, opgeroepen te erkennen dat ze Jezus nodig hebben. Beide groepen kunnen op basis van die ‘bekering’ voor eens en voor altijd vergeving ontvangen en gered zijn.

Hebreeën 10:10
Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus

Nu wordt ook de volgende tekst niet langer tegengesproken door Johannes:

2 Timotheus 2:13
als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet.

En dan nog deze gedachte: Vergeving heeft pas zin als als je zondigt.

Romeinen 4:8
gelukkig is de mens wiens zonden de Heer niet telt.

De vergeving is zo goed geregeld dat ONDANKS dat wij nog zondigen, dit niet wordt aangerekend. Dat is complete vergeving. Anders zou vergeving ook geen vergeving zijn.
En als je zonde zou moeten belijden om gered te blijven, hoe vaak dan? Dagelijks? Hoezo dagelijks? Waar zegt de bijbel dat dat genoeg is? En wat te doen met de onbewuste zonden? (Leviticus 5:3)

Angst en zorgen zijn ook zonde. Waarom worden die nooit beleden als er zonde beleden wordt?

Elkaar onze zonden belijden en ons leven opruimen is wel goed en bijbels. Kijk wat de gevolgen waren toen de Christenen hun toverboeken wegdeden:

Handelingen 19:20
Zo werd de invloed van de woorden van de Here steeds groter en sterker.

Ze waren overigens geschrokken door een voorval rond de naam van Jezus tussen een bezetene en…ongelovigen. Om Zijn eigen volk te corrigeren gebruikte God twee buitenstaande partijen!

Tot slot: zondebewustzijn is gerelateerd aan kennis van goed en kwaad. Dit bewustzijn kregen we als gevolg van de zondeval. Het was onderdeel van de vloek en tegen Gods wil voor de mens. Door Jezus is dit dan ook schoongewassen. Maar de bijbel noemt ons ‘oude’ geweten wat ons steeds zondebewust maakt, wel slecht (Engels: evil)!

Hebreeën 10:22
laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen.

 

Jezus verloochenen bij de mensen

Matteus 10:33
Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

Je zou dit kunnen opvatten alsof Jezus je voor eeuwig afwijst, als jij er ‘in publiek’ niet eerlijk voor uit komt dat je bij Jezus hoort. Dan zou niemand in de hemel komen, want alles wat we niet als Hem doen, daarmee verloochenen wij Hem in principe in.
Dit gaat dus opnieuw over mensen die Jezus afwijzen. Petrus verloochende Jezus drie keer en werd één van de meest bekende en invloedrijke Christenen. Natuurlijk baalde hij er zelf ook van en daarom haastte Jezus Zich om Petrus gerust te stellen, net nadat Hij uit de dood was opgestaan.

Markus 16:7
Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

Er is groot verschil tussen met de mond ontkennen of met het hart, Jezus had het over het hart.

 

Christenen die alleen met wonderen bezig zijn

Het argument: Niet alle mensen die Christen zijn, zijn het op de goede manier. Mensen die alleen maar bezig zijn met de ‘voordelen’, of de positieve kanten en het lijden uit de weg gaan, die worden niet gered. Dit wordt gebaseerd op de volgende tekst:

Matteus 7:21
Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. 22 Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” 23 En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”

Wat is hier aan de hand? Zijn dit Christenen of valse profeten?
Deze mensen proberen hun toegang tot de hemel te verdienen of zelfs af te dwingen door van alles voor God te doen. Ze proberen Jezus te overtuigen van wat ZIJ HEBBEN GEDAAN. Dat is hoe het oude verbond ook altijd verkeerd is geïnterpreteerd. Dat was inderdaad ‘gij zult, gij zult’. Maar niet om rechtvaardig te worden. Het nieuwe verbond is sowieso los van onze daden want daarin zegt God: Ik zal…, Ik zal…
Wij kunnen dus alleen bij Jezus komen om ‘dank U wel’ te zeggen. Zelfs wat er in ons leven lukt, is Hij door ons heen. Wij kunnen ons daar niet op beroemen. Zelfrechtvaardiging is het probleem van de mensen in de tekst hierboven. Niet waar ze mee bezig waren, maar hun houding erin. Het zijn simpelweg de valse profeten. Het is dus ook niet zo dat valse profeten ‘de fijne dingen’ preken. Let op:

2 Petrus 2:1
Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. 2 Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht zullen ze u bedriegen met misleidende verhalen

Wat kan die mensen die dit horen nu zo aanspreken. Laten we even verschil maken tussen de oude mens en de nieuwe. De oude mens, de mens in het vlees, verlangt naar……

Galaten 4:21
Vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan de wet, maar luistert u wel naar de wet?

Het woord ‘wilt’ is eigenlijk te zwak vertaald. In de grondtekst staat er ‘begeert’. In Engels:

King James: 21
Tell me, ye who desire to be under the law, do ye not hear the law?

Wat is nu die zondige begeerte, die ook de valse profeet zo aantrekt en wat de (oude!!!!!!!!!) mens zo aanspreekt? Niet de wet, maar het ONDER DE WET zijn.
Natuurlijk zijn het ook de valse pofeten die heel hard over anderen roepen dat het valse profeten zijn. Dat is om de aandacht van zichzelf af te leiden.
Als mensen namelijk de vrijheid en rijkdom in Christus ontdekken, zijn ze hun invloed kwijt. Is nu gezondheid en voorziening verkeerd of iets ongeestelijks? Nee, integendeel.

3 Johannes 1:2
Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat.

En dan nog een bijbelse omschrijving van de gezonde (!!!) wil van de (nieuwe!!!!!!) mens:

1 Petrus 3:10
Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken;

 

Eeuwig leven begint pas na dit leven.

Je moet het eerst waarmaken in dit leven, dan krijg je het. Maar wat dan met deze tekst:

Johannes 6:47
Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft in mij, heeft eeuwig leven

Op zoek naar meer duidelijkheid over dit eeuwig leven.

Johannes 17:3
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

1 Johannes 4:8
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. 9 En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. 10 Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

Wie dat herkent maar vooral ERKENT, die kent God. Dan is ineens alles eeuwig!

Eeuwige redding: Hebreeën 5:9
En toen hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd hij voor allen die hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding

Eeuwigdurend vredesverbond: Jesaja 55:3
Leen mij je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven. Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David.

En tot slot het verschil tussen onze gerechtigheid (en denken daarover) en Gods gerechtigheid:

Psalm 119:142
Uw gerechtigheid is gerechtigheid voor eeuwig, uw wet berust op waarheid. (en die waarheid is…Jezus!)

En die gerechtigheid is een GIFT! In Nederlands staat er gave der gerechtigheid, dat betekent dit:

Romeinen 5:17
For if by one man’s offense death reigned by one, much more those who receive abundance of grace and the gift of righteousness shall reign in life by One, Jesus Christ.

 

Voorbeelden uit de praktijk

Maar ik ken iemand die Christen is geweest en nu niet meer. En diegene beoefende ook de gaven!
Menselijk waarnemen of getuigenis is absoluut geen maatstaf voor de geestelijke werkelijkheid.
Kan de duivel mensen in ons midden sturen en de gaven nabootsen? Ja, als mensen daar hun medewerking aan verlenen:

2 Korintiërs 11:13
Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus. 14 Dat is ook geen wonder, want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht.

Bij het bepalen van absolute waarheid is het niet wijs om datgene wat we met ons menselijk waarnemen zien of horen, te geloven:

2 Korintiërs 4:18
Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig.

Als je maar enigszins iets begrepen hebt van de goedheid van God, dan wil je zelfs in je zwartste dagen of na je zwartste ervaringen niet zonder Hem.
De bijbel wel voorbeelden van mensen die bij de kerk zijn gekomen, mee hebben gedaan, maar zich dan weer afkeren. Het is uit de teksten eenvoudig af te leiden dat ze nooit écht kind van God zijn geweest:

2 Petrus 2:21
Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben dan die weg wel te kennen, en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22 Op hen is het spreekwoord ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel’ volledig van toepassing, of ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder’.

Wel gewassen, maar nog steeds zeug….

 

De 5 dwaze maagden

Deze gelijkenis komt slechts één keer in de bijbel voor, in het boek matteus. Er zijn een aantal argumenten om aan te nemen dat dit Evangelie speciaal voor de Joden is geschreven. Er staat steeds ‘Koninkrijk der hemelen’ i.p.v. ‘Koninkrijk van God’ zoals in de andere boeken. In de Joods-wettische cultuur is het niet gepast om de naam van God te noemen.
Daarnaast verwijst ‘maagd’ profetisch gezien naar Israel en niet naar de heidense gelovigen. Hele context rond de gelijkenis is Joods. Men is nog maagd en geen bruid en men verwacht de Messias dus nog. Ook verwijst het verschil van afloop voor de maagden naar het tekort schieten van het oude verbond om te redden en de overvloed van het nieuwe verbond wat de Geest (olie is een beeld van de Geest) rijkelijk uitgiet over haar participanten.

 

Vrije wil

Het argument: Als je de rechtvaardigheid niet meer ongedaan kan maken, dan zou onze vrije wil niet meer in tact zijn. [Noot: de vrije wil van de mens ben ik nog nergens in de Bijbel tegengekomen, wel dat God een vrije wil heeft; Hij is soeverein]

God doet er veel aan in zijn woord om mensen zekerheid te bieden.

Hebreeën 11:1
Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.

Behalve dat het menselijke wijsheid en redenering is om ‘wiskundige’ openingen op te werpen, is het onwenselijk, want hiermee geven we de duivel wapenen in handen om de zwakke schapen van hun geloofszekerheid te beroven.
En als we dan toch argumenteren, zou je kunnen stellen dat wij, net zoals Jezus tegen Zijn natuur in voor de dood koos door Zijn leven af te leggen, voor het leven kunnen kiezen door tegen onze natuur in onze vrije wil af te leggen.

Romeinen 6:16
Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid…

Zoals Christus die het leven was op Goddelijke wijze onze zonde en dood ontving. Zo kunnen wij op Goddelijke wijze ook Zijn onomkeerbare, gezonde wil ontvangen. Daarom zijn we nu slaaf van Christus; God is onze zekerheid en niet onze wispelturigheid. 100% vrij en 100% slaaf:

1 Korinthiers 7:22
Want een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is.

 

Je moet wel blijven geloven?

Omdat God wil dat allen tot bekering komen, hebben we schijnbaar allemaal de mogelijkheid om Zijn boodschap te begrijpen en aan te nemen, zonder dat het daarna verder van ons geloof afhangt.

Efeziers 1:13
In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte

Op het moment dat we gaan geloven, ontvangen we de Heilige Geest. Dat betekent echter ook dat we een nieuwe schepping worden, dus we ondergaan een identiteitsverandering, maar daarnaast werkt dit ook meteen als een verzegeling. Iets van buitenaf, groter dan wij, verzegelt ons in Jezus.

In de grondtekst wordt voor geloof het woord pistis gebruikt. In de nieuw-testamentische setting is de uitleg van pistis het Goddelijk geïmplanteerde principe van vertrouwen in, zekerheid van, betrouwen op en betrouwbaarheid van God en ALLES wat HIJ ZEGT (Zijn Woord).

Dit betekent dat zelfs het geloof NIET iets is VAN ONS, maar VAN JEZUS! Het is goddelijk geïmplanteerd in onze harten. Wij kunnen het wel uitbouwen, maar niet verspelen, want het is een gift van buitenaf.

Aan ieder van ons de uitdaging om net als Paulus te kunnen zeggen: Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

~~~