Heel eenvoudig (waarom zo moeilijk doen?)
Door: C.R. Stam
Heeft u ooit een predikant het volgende horen zeggen: "Er zijn vele dingen in de Bijbel die moeilijk te begrijpen zijn, maar, dank God dat het verlossingsplan heel eenvoudig is " Het IS eenvoudig ALS…………..
Voor de rest zult u dit artikel moeten lezen…
Ja, het verlossingsplan IS eenvoudig ALS de Bijbel recht gesneden wordt, anders is het verre van eenvoudig. Er rust een grote verantwoordelijkheid op degenen die in de dienst van de Here staan om II Timotheüs 2:15 te gehoorzamen: "Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt".
Laten wij dit toelichten: In het centrum van een grote stad staat een man, die overtuigd is van zijn zonde. Hij voelt zich ellendig nu hij uiteindelijk zichzelf ziet, zoals hij in werkelijkheid is, een schuldige, veroordeelde zondaar.
Terwijl hij daar staat te peinzen komt een meneer aanlopen. Op zijn jas draagt hij een speld waarop staat "Jezus redt". Na het lezen van die tekst, denkt onze ongeredde vriend: "Hier is de man, die ik zoek", en als hij wat dichterbij komt zegt hij: "Kunt u mij misschien helpen? Ik zit in moeilijkheden. Wat moet ik doen om behouden te worden?" "Wat ben ik blij dat u mij dat vraagt," roept de meneer uit: "Er zijn sommige dingen in de Bijbel die moeilijk te begrijpen zijn, maar, dankt God, het verlossingsplan is heel eenvoudig."
Kijk in mijn Nieuwe Testament naar Handelingen 16:30,31. Toen de gevangenbewaarder van Filippi dezelfde vraag stelde, antwoordde Paulus: "….Geloof in de Here Jezus en gij zult zalig worden…" Is dat niet eenvoudig? U hoeft niet meer te doen. Geloof in de Here Jezus Christus en u bent behouden. Hier zijn nog een aantal verzen die over behoudenis spreken: Johannes 3:36: "Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem." Romeinen 4:5: "Doch hem, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid. "Efeze 2:8,9: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme."
Terwijl die meneer het eenvoudige verlossingsplan aan onze vriend laat zien, luistert ook een Rooms-Katholieke gelovige naar zijn uitleg. Uiteindelijk kan hij zich niet meer inhouden. Hij keert zich tot de meneer en zegt: "Neemt u mij niet kwalijk, dat ik u in de rede val, maar u brengt deze man op een dwaalspoor. Weet u niet dat Jakobus 2;20 zegt : …het geloof is zonder de werken dood? En ik daag u uit om Jakobus 2:24 aan deze man voor te lezen".
Meneer "getrouwe Bijbelgelovige" leest het vers voor: "Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleen uit het geloof?". "Kan er iets duidelijker zijn dan dat"? vraagt de Rooms-Katholieke gelovige; en hij begint alle werken die hij nodig acht voor verlossing op te noemen.
Op dat moment mengt een andere Bijbelgelovige zich in het gesprek en zegt: "Ik heb naar jullie geluisterd heren, en als jullie het mij niet kwalijk nemen, meen ik dat meneer "Genade gelovige" de verlossing te gemakkelijk maakt, terwijl onze Katholieke vriend het te moeilijk maakt.
Het is niet moeilijk om vast te stellen wat vereist wordt voor behoudenis, want de Here Zelf heeft het heel duidelijk gemaakt, toen Hij zijn apostelen opdracht gaf om het evangelie te verkondigen. In Markus 16:15,16 staat het heel eenvoudig:
"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie allen kreaturen. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden"
Is dit niet duidelijk? Als deze verzen iets betekenen, dan zullen degenen die geloven en gedoopt worden (en alleen deze) behouden zijn. En let eens op hoe nauwkeurig Petrus deze opdracht uitvoerde op het Pinkster feest. Toen zijn toehoorders overtuigd waren van hun schuld en hem vroegen wat zij moesten doen om behouden te worden, wat antwoordde hij hen? Handelingen 2:38: "En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen."
Het lijkt mij dat iemand die de waarheid werkelijk wil weten, dat moet zien, het is zo eenvoudig!
Maar nu stapt iemand van de Pinksterbeweging in de kring, en barst uit: "Waarom heeft u de volgende verzen in Markus niet voorgelezen, mijnheer? Waarom hield u midden in dit gedeelte op? Het is ook duidelijk, maar u wilt het niet aanvaarden. Zie wat het hier zegt: "En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: In Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden".
Is dit niet duidelijk? Daarom bent u volgens dezelfde "Grote Opdracht" geen echte gelovige, als u de buitengewone krachten niet bezit. U kunt de betekenis niet veranderen want het zegt duidelijk: "En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen…." "Niemand van jullie kan ontkennen dat onder de "Grote Opdracht" welke bijna alle christenen beweren te volgen, het geloof en de waterdoop de vereisten voor behoudenis zijn, en de wondertekenen de bewijzen van de behoudenis".
Er mengt zich nog iemand in het gesprek, zeggende: "Hebben jullie mannen, niet allemaal iets vergeten"? "Wat?" vroegen zij allen. "Jullie zijn klaarblijkelijk vergeten dat er een Oud Testament in de Bijbel is. Het Oude Testament is driemaal groter dan het Nieuwe Testament". De spreker is een Zevendedagsadventist en hij vervolgt met klem: "Kennen jullie de termen van Gods heilige wet niet? Laten wij Exodus 19:5 opslaan en zien wat daar staat: "Nu dan, indien gij naarstig Mijn stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is van Mij;"
Met de ene Bijbeltekst na de andere tracht de Zevendedagsadventist te bewijzen dat het onderhouden van de tien geboden essentieel is voor acceptatie door God. Hij legt vooral de nadruk op het feit dat het houden van de sabbat eigenlijk het teken is van verwantschap aan God. Om dit te bewijzen citeert hij:"Gij nu, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen u, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de Heere ben, Die u heilig."
"Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; omdat de Heere, in zes dagen, de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag gerust en Zich verkwikt heeft." (Exodus 31:13,17)
Arme, niet behouden man! Dit alles was het gevolg van zijn eenvoudige vraag: "Wat moet ik doen om behouden te worden?" Het plan van meneer "genade gelovige" scheen zo eenvoudig, totdat de anderen hem, en elkander, begonnen uit te dagen. En vreemd genoeg, schenen de anderen te denken dat hun eigen zienswijze ook "zo eenvoudig" was!
Wat moet onze arme niet behouden vriend hier van denken, als hij daar schuldig en veroordeeld staat? De weg naar de vrede schijnt hem nu alles behalve eenvoudig. Men kan beter niet zeggen dat het plan van behoudenis eenvoudig is, als het Woord der waarheid niet rechtgesneden wordt.
Niemand, die beweert onder de "grote zendingsopdracht" te werken, kan zeggen dat het eenvoudig is. Niemand, die leert dat Pinksteren het begin van het lichaam van Christus, de gemeente van deze tijd is, kan zeggen dat het eenvoudig is. Niemand, die de gescheiden bediening van de apostel Paulus ontkent, kan zeggen dat het eenvoudig is.
De manier van behoudenis voor zondaren in deze tijd, kan alleen eenvoudig zijn wanneer wij onze plaats in de geschiedenis erkennen en toegeven dat God aan Paulus, door bijzondere openbaring, Zijn boodschap voor de wereld van VANDAAG en Zijn programma voor de Gemeente van VANDAAG bekend maakte.
Het moet de nauwkeurige student van de Schrift toch opvallen dat, nadat onze Here de "grote zendingsopdracht" aan Zijn apostelen had gegeven, een andere apostel, Paulus durft te zeggen: "Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;" Romeinen 11:13.
Koos God Paulus uit omdat de twaalf discipelen ontrouw waren in de uitvoering van de "grote opdracht"?
Helemaal niet. Het was de verwerping van de Koninkrijksboodschap door Israël en Gods oneindige genade aan een verloren wereld, die de bekering en bediening van Paulus teweegbrachten.
Lees de woorden van Paulus aan de Joden te Antiochië in Pisidië enkele jaren later: "Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch aangezien gij het verstoot, en uzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen." Handelingen 13:46
Wij behoeven slechts Galaten 2 te lezen om te leren dat door de wil van God, en onder leiding van de Heilige Geest, de leiders van de twaalf discipelen uiteindelijk hun bediening onder de heidenen overdroegen aan Paulus, die tot de heidenen ging met een andere boodschap – "het evangelie dat ik onder de heidenen verkondig," "het evangelie van de genade Gods". (Lees Galaten 2:1-10 aandachtig).
Wij moeten niet vergeten dat toen Israël de verheerlijkte Koning en Zijn Koninkrijk verwierp, de laatste en enige natie die nog in relatie met God was, van Hem werd vervreemd. Gods zegenkanaal voor de naties werd als het ware verstopt". (Genesis 22:17,18) "Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;" Romeinen 5:20.
In deze crisis maakte God "Zijn eeuwig voornemen bekend." Hij koos Paulus uit om het heerlijke nieuws te verkondigen. In antwoord op de opstand van Israël, zou Hij genade uitdelen aan een wereld van verloren zondaars.
Verlossing tot de heidenen door de val van Israël! Wat een genade! De begunstigde natie opzij gezet, opdat individuen overal vrede met God konden vinden door het bloed van het kruis. Lees wat Paulus schrijft aan de heidenen in Romeinen 11:30-33: "Want gelijk ook gij eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door de ongehoorzaamheid van dezen, Alzo zijn ook dezen ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid barmhartigheid zouden verkrijgen. Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen barmhartig zou zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!"
God ontfermt Zich nu over allen, en verzoent zowel Joden als heidenen met Zichzelf in EEN LICHAAM door het kruis. (Efeze 2:16).
De zaligheid is tot de heidenen gekomen, nu niet door bemiddeling van Israël, maar door Israëls hardnekkigheid – niet in overeenstemming met enig verbond, maar door genade, – niet door de bediening van de twaalf, die de regeerders van Israël waren (en zullen zijn) (Mattheüs 19:28) maar door de bediening van Paulus, de rebel die "ontferming verkreeg".
En zo komt het dat in het elfde hoofdstuk van Romeinen, Paulus de nadruk legt op zijn opdracht als apostel tot de heidenen. Lees het opnieuw, en onthoud dat het niet zomaar het woord van Paulus is. Het is Gods Woord door Paulus geschreven: "Want ik spreek tot u, heidenen: Voor zover ik de apostel der heidenen ben, ik maak mijn bediening heerlijk;" (Romeinen 11:13).
Als dit vers de lezer niet bevredigd wat betreft de kenmerkende bediening van Paulus tot de heidenen, en zijn door God gegeven autoriteit als de apostel van genade, zal zeker niets meer nodig zijn dan de eerste verzen van Efeze 3:
"Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid (gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb,"
Deze zaak is zo belangrijk, dat zelfs voordat het vonnis over Israël uitgesproken was, en de hoop op een Koninkrijk volledig vervlogen was, Paulus nadrukkelijk een vloek uitsprak over een ieder, die iets anders dan het evangelie van de genade Gods aan de heidenen durfde te verkondigen.
"Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel, u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij tevoren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Indien u iemand een Evangelie verkondigt buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt." (Galaten 1:8,9)
Ieder oprecht kind van God zou door deze woorden moeten beven en ervoor moeten zorgen dat zijn boodschap in overeenstemming is met datgene wat de Here der heerlijkheid, van Zijn troon in de hemel, aan Paulus openbaarde.
Als men dit ziet is het plan van de behoudenis eenvoudig.
Verkondigt Paulus ooit verlossing door werken? Beveelt hij ooit het houden van de Sabbat, de besnijdenis, of waterdoop? Niet één keer. Het is wel zo, dat hij dit gedurende zijn vroege bediening uitoefende. Paulus leefde in een overgangsperiode. Hij werd behouden onder de Joodse periode, maar werd geroepen om een nieuwe bedeling in te leiden – de bedeling der genade Gods.
En let wel, Paulus was geroepen om "het geheimenis van het evangelie bekend te maken" (Efeze 6:19). Toen de gehele mensheid haar volslagen zondige toestand had getoond, verloste God Saulus van Tarsus, en maakte door hem de rijkdom van Zijn genade bekend – om te laten zien hoe mensen ooit waren geweest! Nu werd geopenbaard dat nooit door het bloed van dieren, waterdoop, of enig andere ceremonie de heiligen van vroegere eeuwen waren verlost (alhoewel deze onder de wet waren vereist) maar door de oneindige genade van een liefdevol God.
Lees de woorden van Paulus aan de Romeinen: Romeinen 3:21-28:"Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is; Die God voorgesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is. Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs. Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet."
Als men dit ziet is het plan subliem in zijn eenvoud. Vandaag zijn er GEEN werken voor verlossing vereist. Verlossing wordt inderdaad aangeboden aan degenen die het werken voor verlossing staken, want God wil dat de mens zowel zijn volkomen verdorvenheid als Gods oneindige genade ziet en erkent."Doch hem, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid." (Romeinen 4;5)
"Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus;" (Romeinen 5:1)
"Maar wanneer de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest;" (Titus 3:4,5)
"Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat daarin zouden wandelen." (Efeze 2:8-10)
"Tot prijs der heerlijkheid van Zijn genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde; In Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom van Zijn genade," (Efeze 1:6,7).
"Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;" (Kolossensen 2:9,10)
Recente reacties