jump to navigation

Evangelie versus Christenheid 14/08/2009

Posted by verderkijker in Alverzoening, Bijbel.
Tags: ,
add a comment

overgenomen van Goedbericht

De christenheid, van charismatisch tot zwaar gereformeerd en van rooms katholiek tot baptist, leert (al of niet nadrukkelijk) een hel en verdoemenis zonder einde.
Deze leer is niet minder dan een fataal virus dat de kern van het Evangelie lam legt.

In het Evangelie laat God nooit varen, de werken zijner handen. Psalm 138:8 SV
Volgens de christenheid geeft God vele van Zijn creaturen prijs.

In het Evangelie is de losprijs betaald voor allen. 1Timotheüs 2:6
Volgens de christenheid zijn slechts gelovigen gekocht en het eigendom van Christus.

In het Evangelie wordt de dood teniet gedaan. Korinthe 15:26; 2Timotheüs 1:10
Volgens de christenheid komt aan de (tweede) dood geen einde.

In het Evangelie doet Christus de werken van Satan teniet 1Johannes 3:8.
Volgens de christenheid vestigt Satan definitief succes.

In het Evangelie houdt God onvoorwaardelijk van de mens. 1Korinthe 13:8
Volgens de christenheid houdt God van de mens, mits deze gehoorzaamt.

In het Evangelie zoekt God het verlorene totdat Hij vindt. Lucas 15:4
Volgens de christenheid zoekt God totdat het te laat is.

In het Evangelie is Christus "veel meer" dan Adam. Romeinen 5:12-19
Volgens de christenheid is het effect van Adams daad onbeperkt en dat van Christus beperkt.

In het Evangelie zal iedereen, tot eer van God de Vader, Jezus als Heer belijden. Filippi 2:10
Volgens de christenheid zullen velen onder dwang belijden.

In het Evangelie is God de Redder van alle mensen. 1Timotheüs 4:9-11 SV
Volgens de christenheid redt God slechts een deel van de mensheid.

In het Evangelie bereikt God Zijn doel met elk schepsel. Romeinen 11:32-36
Volgens de christenheid is God de voornaamste doelmisser (=zondaar) aller tijden.

In het Evangelie is God "de gelukkige God" 1Timotheüs 1:11
Volgens de christenheid is God een loser, die niet bereikt wat Zijn liefde wilde bewerken

Hoop, voorbij de Hel 29/05/2009

Posted by verderkijker in Alverzoening, Bijbel, Bijbelstudie.
Tags: , , ,
add a comment

 

Omdat mijn vrouw een E-book reader heeft aangeschaft, is zij verwoed op zoek gegaan om het apparaat te vullen. Er zijn redelijk wat (gratis) titels beschikbaar op Internet.

Eén van de boeken die zij tegenkwam, is “Hope Beyond Hell”.

image

De inleiding van het boek begint als volgt:

 

Het probleem

Stel je eens voor dat je een zendeling bent in het moslimland Senegal in West-Afrika.

De datum? 26 September 2002.

 

Een jaar geleden ben je bevriend geraakt met je buurman, Abdou Ndieye, een islamitische handelaar. Nog maar een paar weken geleden heeft hij je uitnodiging aanvaard om samen met jou de bijbel te gaan bestuderen. Je bent enthousiast. Abdou is de eerste moslim met wie je het evangelie deelt.

Vandaag bereid je je voor om weer een gedeelte uit de bijbel met hem door te nemen, maar er is iets verschrikkelijks gebeurd. Je kunt niet geloven wat je op het nieuws ziet en hoort. De Joola, een Senegalese veerboot, is gekapseisd en meer dan 2000 mensen zijn omgekomen. Je herinnert je dat Abdou’s vrouw, Astou en zijn 14-jarige dochter, Fatou, ook op de boot waren. Je bent in een shock en je gelooft niet wat je ziet – het schip ligt volledig ondersteboven en steekt uit boven de zee, erboven vliegen helikopters.

Je haast je naar de buren. Als je op de deur klopt hoor je een luid gekreun en hartverscheurend gehuil. Je loopt zachtjes naar binnen. Abdou ligt languit op de grond. Hij schreeuwt het uit naar Yalla (Senegalees voor Allah). “Waarom? Waarom? Hoe kon u dit laten gebeuren?” Hij gaat maar door met huilen en slaat met zijn handen op de grond.

Je voelt je verschrikkelijk hopeloos en bid in jezelf: “God help me om mijn vriend te troosten”.

Abdou kijkt je aan, hij herkent je nauwelijks door zijn tranen heen. “Mijn vrouw en dochter zijn op een gruwelijke manier omgekomen. Vertel me: zal ik ze weerzien! Vertel me: zijn ze veilig in Gods armen!? Heeft jou Jezus ze naar Zijn hemel gebracht?”

Je weet niet wat je moet zeggen. De stilte is oorverdovend.

“Antwoord mij christen, zal ik ze weerzien? Zijn ze op een betere plaats? Vertel het me!!”

Je blijft sprakeloos. Wat kun je zeggen? Waar is het goede nieuws van het evangelie wanneer je het zo hard nodig hebt … !?

 

Tja, daar sta je dan met je Bijbelkennis. Als je gelooft dat je “in dit leven voor Jezus moet kiezen, omdat je anders voor eeuwig verloren bent”, dan is “de hel” waarschijnlijk goed gevuld, en in de hemel  zijn veel lege plaatsen.

De Bijbel leert iets anders.

Ik zou iedereen die dit leest dit boek van harte aan willen bevelen om het eens door te lezen, en te toetsen.

Je kunt het van mijn website downloaden.

Alverzoening #3 29/09/2008

Posted by verderkijker in Bijbel, Bijbelstudie.
Tags: , , ,
add a comment

Romeinen 5:12
Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde
de dood; en alzo is de dood tot alle mensen doorgegaan, in welke(=waaruit volgt dat) allen gezondigd hebben.
13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over hen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid van de overtreding van Adam, die een voorbeeld is van Hem, Die komen zou.
15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift. Want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.
16 En niet, gelijk de schuld was door de één, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit één misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.
17 Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door die éne, veel meer zullen zij, die de overvloed van de genade en van de gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door die Ene, namelijk Jezus Christus.
18 Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, alzo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.
19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van die éne mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Een velen tot rechtvaardigen gesteld worden.

De volzin van Rom. 5:12 is niet af. “Gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, waaruit volgt dat allen gezondigd hebben….” Paulus valt hier, zoals hij zo vaker doet, zich zelf in de rede, om nader toe te lichten, dat onze dood niet het gevolg is van onze zonde, maar van Adams zonde. Het is, of hij vooruit zag, dat de mensen vers 12 verkeerd zouden vertalen, en daarom direkt uit het voorbeeld van de mensen tussen Adam en Mozes wilde aantonen, dat onze dood het gevolg is van Adams zonde. Wanneer Paulus vers 12 voltooid had, dan zou hij hebben geschreven: “Alzo ook komt door één Mens de gerechtigheid in de wereld en door de gerechtigheid het leven, en alzo gaat het leven tot alle mensen door, waaruit volgt dat allen dan rechtvaardig leven.”
Zeg nu niet, dat ik er maar een draai aan geef, want Paulus zegt bijna letterlijk hetzelfde in vers 18 en 19. Omdat het hier een zaak betreft van zo groot belang, geef ik hier die twee verzen in het Grieks, met de letterlijke vertaling er onder, en ik geef ze in twee kolommen, om alles naast elkaar te hebben.

Ara oun

bijgevolg dan

hoos

 

houtoos kai

zoals

 

alzo ook

di henos paraptoomatos

 

di henos dikaioomatos

door één misdaad

 

door één rechtvaardigheid

eis pantos anthroopous

 

eis pantos anthroopous

tot alle mensen

 

tot alle mensen

eis katakrima

 

eis dikaioosin zoos

tot veroordeling

 

tot rechtvaardiging van leven

hoosper gar

 

houtoos kai

evenals want

 

alzo ook

dia ts parakos

 

dia ts hupakos

door de ongehoorzaamheid

 

door de gehoorzaamheid

tou henos anthroopou

 

tou henos

van de éne mens

 

van den éne

hamartoloi

 

dikaioi

zondaren

 

rechtvaardigen

katestathsan

 

katastathsonta

zijn gesteld geworden

 

zullen gesteld worden

hoi polloi

 

hoi polloi

de velen

 

de velen

De lezer ziet bij vergelijking met de Statenvertaling, dat deze in vers 18 geprobeerd heeft, de volzinnen af te maken, die Paulus niet afgemaakt heeft. Paulus zet kortaf naast elkaar de ene misdaad en de ene rechtvaardigheid, de veroordeling en de rechtvaardiging; de vertaling vertelt — naar de Schrift — dat de genade over alle mensen komt, en — tegen de Schrift — dat de schuld van Adams misdaad over alle mensen gekomen is. Dat is niet naar de Schrift; de Schrift leert niet, dat de ene mens de schuld van de ander draagt: “De zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons.” (Ezech. 18:26.) De gevolgen der zonde van een ander kunnen wij dragen; God bezoekt de misdaad tot in het derde en vierde geslacht, maar God legt de schuld van de een niet op de ander; daarvoor is schuld een veel te ernstig ding. In het 16e vers hoort het woord schuld ook niet te staan; de eerste keer staat het cursief, en ontbreekt dus in het Grieks; de tweede keer staat er in het Grieks niet aitia: schuld, maar krisis: oordeel.
De lezer ziet ook, dat in het 19e vers de vertaling geheel gelijk is aan het Grieks, behalve dat het woordje de voor velen weggelaten is. En dat is jammer, want dat heeft tot een verkeerde opvatting geleid.
Het woordje de is aanwijzend; het laat zien, dat met: de velen, mensen worden bedoeld, die reeds genoemd zijn. De velen van vers 15 zijn de alle mensen van vers 12; de velen van vers 19 zijn de alle mensen van vers 18. Vertaalt men niet de velen, maar velen, dan kan het eerste velen van vers 19 wel meer mensen omvatten dan het tweede, zoals dan ook de gebruikelijke opvatting is: allen, die in Adam zijn, zijn zondaren; allen, die in Christus zijn (een veel kleiner aantal) worden gerechtvaardigd. Maar vertaalt men: de velen, zoals er staat, dan is deze redenering niet meer houdbaar; dan zijn de eerste “de velen” dezelfden als de laatste “de velen.”
Luther vertaalt evenals de Statenvertaling velen. Sommige van de nieuwe vertalingen hebben: de velen; Voorhoeve, Menge en Elberfeld. Van Tichelen vertaalt: allen; de Leidse vertaling: die menigte mensen; Tekst en Uitleg: de talloos velen, en de nieuwe vertaling van het NBG talloos velen. De laatste vier zijn vrije en daardoor onjuiste vertalingen. De enige werkelijke vertaling van hoi polloi is: de velen.
En we lezen dus in vers 19: “Want evenals door de ongehoorzaamheid (het eten van de verboden vrucht) van de éne mens (Adam) de velen (alle mensen; zie vers 18 en vers 12) tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo ook zullen door de gehoorzaamheid (de dood des kruises, Fil. 2:8 ) van de Ene (Christus) de velen (alle mensen, zie vers 18 en vers 12) tot rechtvaardigen gesteld worden.
Durft u het niet aan, lezer? Durft u niet te geloven, wat God zegt door Zijn apostel Paulus? Dat komt, omdat de gedachte van de eindeloze verdoemenis ons in de weg zit. Wanneer we geloven, wat de Schrift zegt, dan weten we, dat wie in Christus zijn, niet geoordeeld worden; dat wie niet in Christus zijn, voor de grote witte troon geoordeeld worden naar hun werken; (Openb. 20; Rom. 2.) dat wie het kwade gedaan hebben, verbolgenheid en toorn, verdrukking en benauwdheid zullen ondervinden. Hoe lang dat oordeel duurt, zegt de Schrift niet, maar ze zegt wél, dat het niet eindeloos is, want het oordeel wordt gevolgd door de tweede dood, en die tweede dood wordt te niet gedaan, en dan geeft Christus het koninkrijk over aan den Vader, opdat God zij alles in allen.
Er zijn geen mensen, die door de ongehoorzaamheid van Adam tot zondaars gesteld geworden zijn, of ze zullen ook door de gehoorzaamheid van Christus tot rechtvaardigen gesteld worden. Dát is de boodschap van Romeinen 5:12-19. Die in Hem geloven, nu al; die niet in Hem geloven, aan het einde der eeuwen, na het oordeel.

Alverzoening#2 29/09/2008

Posted by verderkijker in Bijbel, Bijbelstudie.
Tags: , , ,
add a comment

(naar lukkien)

Dat God tenslotte aan het einde der eeuwen alle mensen, ja alles wat Hij geschapen heeft, door Christus tot Zichzelf zal verzoenen, staat zó duidelijk in de Schrift, dat het eigenlijk niet nodig zou moeten zijn erover te spreken. God heeft gezegd dat Hij het doen wil, en Hij heeft gezegd dat Hij het doen zal.
In 1 Tim. 2:3,4 lezen we: “Want dat is goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker, welke wil, dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.” Concordant vertaald klinkt het zo: “God, onze Redder, die wil, dat alle mensen gered worden en tot erkentenis der waarheid komen.” Daar staat het duidelijk: God wil de redding van alle mensen.
Zeg nu niet: God zou het wel willen, want dat staat er niet. De apostel gebruikt hier het woord theloo, willen. In het 8e vers: “Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen,” gebruikt bij het werkwoord boulomai, en dat is een willen, waarvan de uitvoering afhankelijk is van de wil van een ander. Bijv. in Hand. 25:22, waar koning Agrippa zegt: “Ik wilde ook zelf die mens wel horen,” en Festus antwoordt: “Morgen zult gij hem horen.” Of in 2 Kor. 1:15, waar Paulus zegt: “Op dit betrouwen wilde ik te voren tot u komen,” terwijl uit het vervolg blijkt, dat de omstandigheden zijn komst hebben vertraagd. Of in Film. :13, waar Paulus Onesimus wel bij zich wil houden, maar daarvoor de toestemming van Filemon nodig heeft. Dat willen is boulomai, maar waar in 1 Tim. 2:4 staat, dat God wil, daar is het theloo. Dat willen hebben we ook in Matth. 8:3: “Ik wil, word gereinigd.” of in 1 Kor. 12:18: “God heeft de leden gezet, elk van hen in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.” Dat is een willen, onafhankelijk van de wil van een ander, een soeverein willen, waartegen geen schepsel zich verzetten kan. En met dat willen wil God, dat alle mensen gered worden.
Wellicht zegt u: “Ja, God wil, dat alle mensen gered worden, maar de mensen willen niet.” Bedoelt u daarmee te zeggen, dat God niet kan, als de mens niet wil? Is de wil van de mens sterker dan de wil van de Almachtige, moet Zijn wil het afleggen tegen die van de mens?
Paulus wilde ook niet gered worden op de weg naar Damaskus, maar God wilde het en toen gebeurde het. En wanneer God wil, dat alle mensen gered worden, dan zal dat ook gebeuren. Op zijn tijd, en die tijd heeft Hij ons ook bekend gemaakt. Maar daarover straks.
Paulus vervolgt in 1 Tim. 2:5,6: “Daar is één God, daar is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus, die Zich zelf gegeven heeft tot een rantsoen voor allen.” Daar wijst de apostel ons de weg aan, waarlangs God het bereikt, dat alle mensen gered worden: het is door den Middelaar, die Zich zelf geeft tot een rantsoen voor allen. “Tot een rantsoen voor velen,” zegt Matth. 20:28. De Zoon des mensen gaf Zijn ziel tot een rantsoen voor velen. De Zoon des mensen, zo heet Christus in de Evangeliën wel honderd maal, één keer in Handelingen, (7:56.) en twee keer in Openbaring. (1:13; 14:14.) Christus heet zo, als Hij optreedt onder Israel, en dan geeft Hij Zijn ziel tot een rantsoen voor velen. Maar Paulus, die Hem nooit Zoon des mensen noemt, kan verder gaan dan de Heer in de Evangeliën deed, en hij kan ons zeggen, dat de Middelaar van God en de mensen, Zichzelf gaf tot een rantsoen voor allen.
In 1 Tim. 4:10 vertelt Paulus nog eens, dat God de Redder is van alle mensen. De vertaling is daar niet concordant. Het Griekse woord sooter vertaalt ze twee en twintig maal door Zaligmaker, en twee keer door Behouder, hier en in Ef. 5:23. Waarom in deze twee teksten ook niet door Zaligmaker? Dan zou het nog veel duidelijker blijken, dat God de Zaligmaker is van alle mensen. Ik vertaal liever: de Redder. Bij het woord Zaligmaker denken we aan gelukkig maken, en al is het zeker waar, dat Hij ons gelukkig maakt, toch is dat niet de betekenis van het woord sooter. Dat betekent redder, en Paulus verzekert ons, dat God de Redder is van alle mensen. In Paulus’ dagen wilden de mensen dat ook al niet horen. Paulus werd gesmaad, omdat hij hoopte op de levende God, die de Redder van alle mensen is. En wie in onze dagen zijn hoop deelt, loopt ook het risico, door de gelovigen gesmaad te worden. Toch blijft Paulus vasthouden aan zijn hoop op den levende God, die de Redder is van alle mensen, en hij vermaant Timotheüs: “Beveel deze dingen en leer ze.”
We weten dus, wat Gods wil is: Hij wil, dat alle mensen gered worden; daartoe gaf Christus Zichzelf tot een rantsoen voor allen, en zo wordt God de Redder van alle mensen. Bovendien zegt God ons op verschillende plaatsen, dat Zijn wil in deze volbracht zal worden; dat Hij de wereld tot Zichzelf zal verzoenen.
Kol. 1:13-20 (met enkele weglatingen): “Die het beeld is van de onzichtbare God, de eerstgeborene van alle schepsel, want in Hem is het heelal geschapen, in de hemelen en op de ……… het heelal is door Hem en tot Hem geschapen…. want het behaagt de gehele Volheid in Hem te wonen en door Hem het heelal te verzoenen tot Zichzelf (vrede makend door het bloed van Zijn kruis) door Hem hetzij op de aarde, hetzij in de hemelen.”
Ik vertaal hier: het heelal. Er staat in het Grieks: ta panta, het alles, of eigenlijk in het meervoud: de allessen. Onze vertaling heeft daar: alle dingen, en daarbij zou men aan voorwerpen kunnen denken; daarom laat ik die dingen liever weg en spreek over het al, het heelal, al het geschapene. Welnu, volgens vers 16 is het heelal in Christus en door Hem en tot Hem geschapen; volgens vers 20 verzoent de Volheid door Hem het heelal tot Zich. Hemelen en aarde door Christus geschapen — wie van ons twijfelt daaraan? Aarde en hemelen door Christus tot God verzoend — zullen we dan daaraan twijfelen? Als het één alles is, dan ook het andere, want de Heilige Geest gebruikt in beide gevallen hetzelfde woord ta panta, alle dingen, de allessen, het gehele al, het heelal.
Daar komt nog bij, dat de Geest hier voor verzoenen het woord apokatallassoo gebruikt, alverzoenen, wederzijds verzoenen, net zoals in het 21e vers, waar de Kolossensen met God verzoend zijn, en in Ef. 2:16, waar de gelovigen uit de Joden en uit de heidenen in één lichaam verzoend zijn door het kruis. Wederzijdse verzoening dus van God en het heelal door Christus, dat leert ons Kol. 1:13-20.
De Efeze brief spreekt ook over de alverzoening. In hoofdstuk 1:9 en 10 zegt Paulus, dat God ons bekend maakt “de verborgenheid van Zijn wil naar Zijn welbehagen, dat Hij voorgenomen had in Zich zelf, om in de bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel en dat op de aarde is.” Laten we dat nauwkeuriger lezen. Er staat: “om in de bedeling van de volheid der tijden het heelal onder één hoofd te plaatsen in Christus, zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is.” Christus het hoofd van hemel en aarde, dat was een verborgenheid van Gods wil, die soevereine wil, die slechts te willen heeft en het gebeurt, en God heeft ons die verborgenheid in de rijkdom van Zijn genade bekend gemaakt. Zo zegt Paulus het in de brief aan de Efeziërs.
En in de Korinthe brief legt hij het ten slotte helemaal uit. “Gelijk zij allen in Adam sterven, zo zullen zij ook allen in Christus levend gemaakt worden.” (1 Kor. 15:22.) Dat in Adam alle mensen sterven, dat is bekend genoeg. Welnu, zo zullen in Christus alle mensen levend gemaakt worden. Op dezelfde wijze. Gelijk — zo ook. Dat allen in Adam sterven, dat is buiten hun toedoen, dat heeft God zo gewild; dat allen in Christus levend gemaakt worden, dat is eveneens buiten hun toedoen, dat heeft God ook zo gewild.
Ze zullen levend gemaakt worden; dat zegt meer, dan dat ze zullen opstaan. Wie opgestaan is, kan nog weer sterven, zoals Lazarus van Bethanië, en zoals ook de velen, die levend geoordeeld worden vóór de witte troon en daarna weer sterven in de tweede dood. (Op. 20.) Wie levend gemaakt wordt, sterft niet meer. Christus is bij Zijn opstanding onsterfelijk geworden. (Rom. 6:9.) De Zijnen worden eveneens onsterfelijk bij hun opstanding. (1 Kor. 15:51-55.)
Dat onsterfelijk worden gebeurt in drie fasen. De eersteling Christus — dat is al gebeurd. Daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst, dat zal geschieden op het einde van deze bedeling. En daarna komt het einde, waarin alle overigen levend worden gemaakt. En zeg nu niet, dat ze levend worden gemaakt, opdat ze eindeloos zouden worden gemarteld, want het vervolg van de tekst zegt het tegendeel: het is, opdat God ook in hen alles zou zijn. (vers 28.)
En nu weten we dus ook, op welke tijd God hen levend zal maken; het zal zijn, wanneer Christus afstand doet van de regering. Gedurende de duizend jaren regeert Christus; op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel ook. Maar dan komt het ogenblik, dat de laatste vijand, de tweede dood, teniet wordt gedaan, en allen, die nog in zijn macht waren, bevrijd worden, en dan geeft Christus de heerschappij over aan de Vader, opdat God zij alles in allen.
Spreek dus niet van een vernieuwde aanbieding tot bekering na de dood of van een langzame maar zekere vooruitgang en een geleidelijke verbetering van de mens; dat zijn menselijke verzinsels, die we in de Schrift niet vinden. Volgens de Schrift worden zij, die in Christus gestorven zijn, levend gemaakt bij Zijn komst, om dan voor altijd bij Hem te zijn. Volgens de Schrift blijven zij, die niet in Christus zijn, in de dood tot aan het oordeel van de witte troon, waar ze vergelding ontvangen naar hun werken, waarna ze in den tweede dood zijn tot aan de voleinding der eeuwen. Volgens de Schrift worden dan ook zij levend, onsterfelijk gemaakt, zodat God alles in allen zal zijn. Het is dus eenvoudig een daad van Gods soevereine wil, waardoor Hij ook hen levend maakt en tot Zich verzoent door Christus. Maar dat Hij ons gegeven heeft, nu reeds in Hem te geloven, was dat niet ook een daad van Zijn soevereine wil? Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt die Hij wil. (Rom. 9:16-18.) En over wie Hij in deze tijd verhardt, zal Hij aan het einde der eeuwen Zich ontfermen. Want Hij plaagt en bedroeft de mensen kinderen niet van harte. (Klaagl. 3:31-33.)
En zo blijkt het waar te zijn, wat Paulus in Rom. 5:19 zegt: “Gelijk door de ongehoorzaamheid van die ene mens (Adam) de velen (dat zijn volgens vers 18 alle mensen) tot zondaren gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene (Christus) de velen (dat zijn volgens vers 18 alle mensen) tot rechtvaardigen gesteld worden.”
Gesteld: God doet het. Hij stelde in Adam allen tot zondaren; Hij zal in Christus allen tot rechtvaardigen stellen. Degenen, over wie Hij Zich ontfermt, nu reeds; degenen, die Hij verhardt, aan het einde der eeuwen. En zo bereikt God in den loop der eeuwen Zijn doel, dat Hij Zich in Zijn plan der eeuwen heeft voorgesteld: dat Hij in allen alles zal zijn.
God zegt ons, dat Hij het doen wil; Hij zegt ons, dat Hij het doen zal. Zullen we Hem tegenspreken en zeggen, dat het grootste deel van Zijn schepselen eindeloos zal branden in het eeuwige vuur? Ik weet wel, dat het ons moeite kost, van de overgeleverde meningen af te komen; we hebben ze immers van kind af geleerd. Na meer dan zestig jaren weet ik nog letterlijk, wat ik leren moest in Borstius’ Korte Vragen voor Kleine Kinderen, een boekje, dat naar ik hoor, ook nu nog gebruikt wordt: “Wie heeft de hel gemaakt? God de Heer. Voor wie? Voor de kwade kinderen en alle goddeloze mensen. Wat doen zij daar? Zij branden in het eeuwige vuur.” Zo leren de mensen het aan hun kleine kinderen. De Schrift zegt, dat God in al Zijn schepselen alles wil zijn, dat Hij allen levend wil maken, dat Hij allen tot rechtvaardigen wil stellen, dat Hij het heelal tot Zichzelf zal verzoenen in Christus, dat Hij allen onder de ongehoorzaamheid heeft besloten, opdat Hij allen barmhartig zou zijn. (Rom. 11:32.) Kunnen wij niet beter de Schrift geloven dan de mensen?
De Schrift spreekt over het eeuwige vuur, het eeuwige verderf, de eeuwige pijn; de Schrift belooft het eeuwige leven alleen aan wie in Christus geloven. Dat is geenszins strijd met wat de Schrift ons zegt van Alverzoening. Eeuwig betekent immers niet eindeloos, het is eeuws, het is gedurende de eeuw of de eeuwen. De gelovige leeft gedurende de toekomende eeuwen; de ongelovige is dood en staat gedurende die eeuwen alleen op om zijn oordeel te ontvangen in het eeuwse vuur, de eeuwse pijn, het eeuwse verderf. Merkwaardig, dat in Matth. 25:46 voor pijn in het Grieks kolasis staat, d.w.z. tuchtiging, en niet basanos, pijniging. Het is de tuchtiging van de toekomende eeuw. Wanneer we geloven, dat de eeuwen een tijdelijke duur hebben met een begin en een voleinding, dan kunnen we ook verstaan, dat het oordeel in die eeuwen plaats vindt, en dat aan het einde der eeuwen God ook Zijn laatste vijanden met Zich zal verzoenen.
Want Christus is het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Er staat niet: de zonde van de gelovigen. Er staat ook niet: probeert weg te nemen. Er staat: die de zonde der wereld wegneemt.

Alverzoening 17/09/2008

Posted by verderkijker in Bijbel.
Tags: , ,
2 comments

Huh? Waar heeft ie het nou weer over? Ja juist. Alverzoening. Een term die in de christelijke wereld (onder christenen dus) nogal ophef veroorzaakt. De afgelopen tijd is er ook in de pers weer het nodige over te doen geweest.

Christenen zijn over het algemeen heel blij dat Jezus Christus ze verlost heeft. Maar als vervolgens de exclusiviteit van hun redding bedreigd wordt, reageren sommigen furieus. Dat er gelovigen zijn, die in de Bijbel lezen dat uiteindelijk, aan het eind der tijd,  iedereen bij God mag zijn, dát kan toch niet waar zijn? Waarom zou ik dan nu geloven, is een van de (belachelijke) tegenwerpingen die ik gehoord heb. Alsof God kennen, in Jezus Christus geloven, een straf is, of iets waarop je jezelf zou kunnen beroepen….

Enfin dit even gezegd, later meer hierover